Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Kort voor zijnen doopsdag zou er een groot feest zijn, waaraan alle tooverdoktoren deel zouden nemen. Ook klein Pelikaan ontbrak niet, maar met welk doel was hij in hun midden. Hij stond op eu verhief zijn stem te midden dier dienaars der werken deiduisternis en riep hun toe: ,,Mannen ik verlaat uwe gelederen om een volgeling van Christus te worden, komt, geett uw handwerk er aan en volgt mijn voorbeeld na! En zeker deze kloeke daad is daarna door menig tooverdokter opgevolgd."

Doch gij verlangt nog iets te weten van klein Pelikaan. Eerst deel ik u dan mede, al begon hij van toen aan een gansch ander leven, dat hij, naaide mate hij de zonde gediend had, ook heviger aanvechtingen en heviger strijd te doorstaan had. Soms zat hij daar dan zoo droevig in zijn wigwam ter neer. Lezen kon hij niet, voor jacht en vischvaugst was hij te oud en zijn eenige bezigheid, het drinken, durfde hij niet meer doen. Moede van het niets doen, en verveeld van de eenzaamheid trachtte hij dan nog wel eens wat nieuws te beginnen, maar ach hoe teleurgesteld werd hij in zijne pogingen. Zijn zoon was Evangelist geworden. Tot hem wendde hij zich cm onderricht, maar het antwoord luidde: ,,0 vader ik heb het zoo verbazend druk, laat mij nu toch met rust." Dan keerde hij ontmoedigd in zijn hut terug, hoe kon hij daar dan zoo dof neerhurken in duistere gedachten verzonken! Het was hem dan of alles hem er toe aanzette weer aan het drinken te gaan.

Niemand bekommerde zich om hem en hij was te. onwetend, te oud en te zwak om zich zeiven bezig te houden. Het was op zulk een oogenblik, dat de macht des kwaads hem trachtte te overweldigen , doch daar treden als door de Voorzienigheid gezonden twee jeugdige Christenen zijne sombere hut binnen. Wat hoort hij daar? Is dat niet de waarheid, die hij geloofd en beledeu heeft, die zij daar zingen? ja welk een kracht lag er in dat heerlijk lied! Het was als of de steenkoude bast, die zijn hart zoo lang omgeven had op eens losliet, terwijl zijne oogen vurige tranen storten ter verademing voor zijne bedrukte ziel. Deze jongelingen waren met het doel om de gemeente des Heeren op de avonden der werkdagen eenige stichting te verschaffen uitgegaan, en zeker bereikten zij nergens dat doel beter dan in de woning van klein Pelikaan. Deze liederen ontsloten hem het hart des Heeren, zoodat hij er weêr de oude, vroeger gevoelde liefde hem uitzag tegenstralen en sedert die ure heeft God de Heer hem in zijne kennis, liefde en vrede steeds verder geleid. Toen klein Pelikaan eens de kracht van het gezang uit eigen ervaring kende, , wist hij wat voortaan zijn roeping was. Hij sloot een verbond met de jeugdige zangers, en sedert dien tijd bekroop hem nimmer de oude verzoeking. Ja lieve lezer, werken is naast het gebed de beste kracht tegen den booze, want die daarin genoegen vindt, heeft kracht om over zijne zwakheden te heerschen.

Sedert klein Pelikaan aan het hoofd

Sluiten