Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den, deze gelijkenis is zoo ingewikkeld niet, want wij allen zijn gelijk aan het zwart in het graan en als er niet door de liefde van den grooten Zaaier Jezus Christus, onzen Heer, een beter graan, in ons hart gelegd wordt, dan moeten wij allen zonder vrucht voort te brengen, verloren £aan. Daar er echter aan ons een beter graan aangeboden is en ons hart voor beter zaad ontvankelijk is, zoo is het tijd, dat wij ons niet langer afkeerig toonen: dit nu geschiedt niet anders, dan door ons geheel en al onder den invloed van den Heer Jezus te stellen, zoolang wij dat niet doen, zijn wij niet in staat eenige waarachtig goede vrucht voort te brengen. Hebt gij zelf eens goed graan in u ontvangen. dan zal er ook uit u allerlei goed graan te voorschijn komen. Op het goede zaad van elders of liever van boven komt het dus aan — ontvangt gij dat, dan zal het u gaan als uit de volgende geschiedenis blijkt.

Voor een 25tal jaren was het met menig eiland in den Indischen archipel niet anders gesteld dan met het zwart in het graan. Het eene geslacht na het andere leefde sedert eeuwen voort in een afgrijselijke duisternis, en menschenmoord werd gepleegd met de nog afzichtelijkere begeerte om menschenvleesch te eten. Hoe menig eiland was toen nog een toonbeeld van ellende en barbaarsche wildheid. Toch waren er reeds voor 58 jaren op eenige eilanden christenen komen wonen, mannen die kennis gemaakt hadden met het betere graan, wat in hun hart gelegd was en van daar

naar buiten een heerlijke kracht ontwikkelde. Deze mannen hebben van uit Haway gewerkt en van daar uit is het zaad, dat zij in plaats van het slechte zaad brachten over honderden eilanden uitgestrooid. Men zou van menig eiland kunnen zeggen : zie hier is het volkomen waar, de grond is een andere geworden, wat voorheen slechts onkruid en distels te voorschijn bracht, is nu voorzien van edele vruchtdragende graanvelden. Eu niet alleen dat dit in natuurlijken zin waar is, maar vooral wat de menschen aangaat, beiden, akkers en menschen zijn anders geworden. Daarvan geeft het eiland Ponape de beste getuigenis , vooral is het daarbij opmerkelijk hoe de ontwikkeling van het eene gebied met het andere vergeleken, veel overeenkomst heeft.

Toen de zendeling Sturges voor 25 jaren op Ponape aankwam, vond hij daar wel een weelderigen wasdom, maar alles was aan zich zeiven overgelaten , het onkruid verdrong het goede zaad en nergens vond men behoorlijke grasvelden, om liet vee naar eisch te doen weiden. Wat vooral ontbrak, was een goed soort graszaad. Toevalliger wijze vond hij in een bed, dat hij uit Amerika meegebracht had en wat gerepareerd moest worden, drie graszaadjes. Met veel zorg werden deze drie zaden aan den bodem toevertrouwd en terwijl er 2 zaadjes niet ontkiemden, kwam er toch, God zij dank, één op. Van dat eene plantje nu werd het zaad zorgvuldig gewonnen en wederom uitgezaaid en zoo ging het voort, zoo-

Sluiten