Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

derhalve ten huwelijk gevraagd kon worden, wekte opnieuw de begeerte in haar op om een anderen afgod te bezitten. Het duurde dan ook niet lang of een derde afgod werd feestelijk ingewijd. Niet lang daarna werd zij hoewel nog eerst 12 jaren oud, ten huwelijk gevraagd door een jongeling van den zelfden leeftijd. Eenige jaren later werd er een kindje geboren. Nauwelijks een dag had Neeltje zich in het bezit van haar kindje verheugd of zij verloor haar verstand. Geheel het dorp kwam over dezen ongelukkigen toestand in beweging; natuurlijk heette het dat de jeugdige moeder door een boozen geest bezeten was. De toovermandjes worden geopend, de geheiligde boomworteltjes ter hand genomen, men zal den boozen geest uitdrijven en de genezing is zeker. Men vergadert zich rondom de krankzinnige moeder en onder het uitspreken van tooverspreuken begint men met de geheiligde boomworteltjes het lichaam te slaan, ook de ongelukkige moeder slaat mede tot dat zij machteloos ineen zakt, maar toch verlaat de booze geest haar niet.

De mislukte uitdrijving ontmoedigt echter de bende bezweerders niet, neen men is zeer vindingrijk: oorverdovend prevelt men voort, tot dat men eindelijk de oorzaak van het met gelukken hunner kunst outdekt. De afgod van de kranke moeder heelt honger, er moet geofferd worden, en dan! ja dan is de genezing zeker! Wet verzoeningsoffer voor den hongerigen afgod is spoedig door de hulpaardigheid der familie in gereedheid

gebracht. Het feest bestaande in eten, drinken, zingen en dansen neemt een aanvang, drie volle dagen en nachten duurt zulk een wild feest door, eerst dan kan het gunstigen invloed op de ongelukkige krankzinnige uitoefenen, Gij begrijpt lieve vrienden, hoe alles berekend is om feest te vieren zelfs ten koste van eene ongelukkige. In die drie dagen en nachten van gedruisch en opgewondenheid, zegt de moeder, „kreeg ik enkele malen het bewustzijn terug en begon dan telkens mede te dansen totdat ik machteloos ineen zakte."

Het offerfeest is ten einde, de afgod is verzadigd en verzoend, op nieuw worden de toovermandjes geopend en alsof men allen krankzinnig is geworden begint men op nieuw met de geheiligde boomworteltjes (panawer) de jeugdige moeder te slaan. Maar helaas niets kan baten, de moeder blijft krankzinnig, de booze geest laat zich niet uitdrijven, de genezing is onmogelijk, haar levensdraad is afgeloopen, de geesten hebben haar einde bepaald, zij moet sterven.

Zoo draaft men door, men spoedt zich huiswaarts om het noodige voor het aanstaande doodenfeest bijeen te garen; men rekent haar hoewel nog levend toch reeds onder de dooden.

De ongeneselijke kranke wordt aan haar lot overgelaten, slechts nu en dan komt de een of ander van de familie een kijkje nemen of de laatste ademtocht nog niet is uitgeblazen, want dan moet de tijd van geween en rouwbeklag bepaald worden.

Een dier bezoekers rukt den ouden

Sluiten