Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

afgod dor kranke van de heilige plaats af en werpt hem in het boseh. Doch de Heer die in den hemel woont en al doet wat Hem behaagt, had iets beters dan den dood voor deze jeugdige moeder weggelegd. Na 9 dagen van haar verstand beroofd te zijn, keert het bewustzijn terug om eindelijk geheel te herstellen. Doch wat is een Galelareesch huisgezin zonder afgod ? Het laatste wat nog van waarde in huis is wordt opgeofferd om er een vierde afgod voor te koopen. Nu is de rechte afgod, de lang gezochte schat gevonden, men leeft ongestoord voort en telkens als een kind geboren wordt rijst de vreugde der ouders ten top, en het is de afgod wiens helpende hand door allerlei offers gestaag werkzaam blijft. Doch wat geschiedt? Na een tijd lang rustig geleefd te hebben, wordt er een kind krank. De moeder is nu reeds een bekwame toovenares zij zal met dien voortreft'elijken afgod tot hulp. haar kind wel herstellen. Alles wordt beproefd, doch het kind sterft. Diepe droefheid bevangt de ouders, echter de gedachte aan een doodenteest is de almachtige spons om in een veeg alle tranen weg te wisschen en op te droogen.

Om het noodige geld bij een te krijgen wordt de rijstakker verpand aan een chinecschen woekeraar. Het doodenfeest duurt echter zoolang dat de rijstoogst verwaarloosd wordt en ziet de langmoedige chinees legt beslag op de beide volgende oogsten. Zulk '

Amsterdam.

een last is den Alfoer echter niet te zwaar als hij slechts de wraak der booze geesten ontgaan kan.

Daar wordt hun tweede kind krank! Zal zij naar den blanken man gaan om hem hare nooden te klagen ? Doch dan mocht het gansche gezin eens uitsterven. Neen dat niet. Nog overwint het heidensch geloof.

De toovenaars worden ontboden. Doch o jammer! hun voorspelling luidt, „dat beide nog overige kinderen zullen opgeeischt worden." Vreeselijke droefheid omvangt de moeder, haar tranen vloeien tot zij niet meer kan. „Beide kinderen sterven! o onbarmhartige geesten!" zoo spreekt zij en besluit hare beide kinderen aan den blanken man te brengen, in diens huis zijn de booze geesten machteloos.

De diep bedroefde ouders spoeden zich tot den blanken man, het is de eerste maal dat zij tot hem komen. Daar hooren zij van een barmhartig God, die redden wil wat gered wenseht te worden. De kinderen blijven bij br. v. Dijken. Telkens keeren de ouders terug, telkens komen zij weerom. Eindelijk brengen zij hun vierden afgod aan den leeraar ten geschenke.

In het jaar 1878 werden beiden gedoopt. Neeltje is een oprechte eenvoudige christin geworden. De Heer heeft haar zeldzame gave gegeven om aan hare latidgeuooten te verhalen, wie en wat zij was en wat zij door Christus geworden is.

L. J. H.

Boekdruk van Kemink & Zoon, te Utrecht.

Sluiten