Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der lieden, twee a drie voet lioog, op het punt var. te gaan bloeien gestaan , en thans weidden honderden van paarden en ossen, tot het garnizoen behoorende, deze akkers af, zoodat men nog slechts den bruinen aardbodem zag. Tegen zulk een verwoesting kunnen de offic-ers ook met den besten wil niets doen; zij hebben voor het grootste deel geen geregelde aan orde en tucht gewende manschappen onder hun bevel, maar het zijn meest vrijwilligers, die niet gewend zijn te gehoorzamen. En dan in oorlogstijd en op vijandig grondgebied ! Van al de kanten steeg de rnok op van de in brand gestoken kralen ; ik verzocht daarom den kolonel Wavell om althans de kralen van Novabu, het opperhoofd dat ons gered had, en die van zijne getrouwen te willen sparen, waartoe hij gaarne, zoo het in zijne macht gestaan hadde, bereid geweest ware. Maar het meerendeel der kralen werd reeds in brand gestoken terwijl ik te Baziija was, en waarschijnlijk hebbea de bezittingen van Novabu in datzelfde lot gedeeld.

Nu laat broeder Hartman ons nog een blik slaan op de bezittingen der broedergemeente te Baziija. Van het fondament der kerk was de hoeksteen uitgebroken, waarschijnlijk wel dewijl de Kaffers meenden, dat er geld onder verborgen lag; het jaartal der stichting op dien steen gegraveerd was door bijtels misvormd en onleesbaar gemaakt. De kerk zelve was in een aschhoop herschapen; alleen de fraaie klok, een geschenk van de zusters

in Herrnhut, hing nog onbeschadigd in den klokkenstoel; ieder voorbijganger sloeg er met zijn stok tegen aan om den wonderlijk liefelijken klank der klok te mogen liooren.

Hoeveel liefelijke herinneringen riep dit dierbaar voorwerp bij onzen broeder te voorschijn, hoe menigmaal had het de menigte heidenen gewaarschuwd dat het zondag was, en de kleine christenscbare bijeen geroepen om den dag des Heeren te heiligen en de godsdienstoefeningen bij te wonen. Van zijne weemoedige gedachten spreekt br. Hartman niet, want de feiten grijpen hem reeds genoeg aan. hij wil ze slechts zeiven doen spreken. Hij verheugde zicb echter door de welwillendheid van den overste de klok te kunnen redden en nam haar mede naar Umtata. Tegen den avond viel hem in, of hij niet een van de zes geroofde karren zou kunnen opsporen. Beeds had hij er eenige aanwijzing over ontvangen, doch het was kort voor zons ondergang en de plaats waar hij haar dacht te vinden was nog een halfuur verder. Spoedig zond hij daarom een zijner getrouwen derwaarts, en deze keerde met de blijde tijding terug, dat men dezen wagen, hoewel van alles beroofd, alsmede een anderen, voor de vluchtende zendelingen beschikbaar gesteld had. Ook deze wagens werden door bemiddeling van den engelschen overste van trekossen voorzien en naar l'mtata bezorgd. Nog meer. Hij stelde 4 mannen ter beschikking van br. Hartmaan, om de hier en daar ver1 strooid liggende blikken dakplaten

Sluiten