Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het terrein der Gereformeerde Kerken, gunstige berichten. Er blijft echter nog meer te doen. Een meisjesschool te Soekaboemi is ontworpen en zal binnenkort geopend kunnen worden, zoodra een onderwijzeres gevonden is; ook in Indië wordt deze school financieel gesteund. Eveneens bestaan er plannen voor een jongensschool te Djocja en te Soerabaya, om niet méér te noemen. Zoolang de vereeniging C. H. O. het benoodigde geld echter niet bijeen heeft, kan zij niet verder en inmiddels wordt aan andere zijde niet stil gezeten. Reeds bestaan te Soerabaya 2 scholen, die druk bezocht worden. Pogingen worden in het werk gesteld om te Buitenzorg een school voor dochters van prijajis, met internaat te openen, waar o.m. de Mohammedaansche godsdienst-geschiedenis in het leerplan wordt opgenomen. Het is dus wel zaak dat met den arbeid van C. H. O. groote spoed gemaakt wordt.

Uit deze enkele mededeelingen blijkt, dat ook over dit jaar het overzicht, wat Indie betreft, kort samengevat kan worden in deze woorden: overal dringend behoefte aan arbeid; veel zegen waar die arbeid verricht wordt. Waar zijn de arbeiders om het werk uit te breiden, en waar blijft de gemeente om den voortgang en de uitbreiding mogelijk te maken ?

Welke antwoorden kunnen wij voor dit jaar op die vragen geven?

Allereerst vermelden wij dan met blijdschap dat verschillende nieuwe arbeiders naar Indië zijn uitgegaan. Wij noemen van de Rijnsche Zending: de broeders Fischer, Sartor en Skubinna naar Nias; Br. Hampf naar Borneo; de Br. Pichler, Ellinghaus, Steingraber, Bregenstroth en de Zusters M. Ködding en A. Garnerus naar Sumatra; Br. Finke naar Mentawei. Van de Geref. Kerk te Amsterdam, Dr. H. A. van Andel naar Solo, om aldaar het werk te beginnen. Van de Salatiga Zending: Zr. Bosschardt als onderwijzeres,