Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Setan = (booze) geest; verbastering van Satan. Sinjo = jongeheer van europeesche afkomst. Sinkeh = Chinees in China geboren. Sirih r= soort van klimplant, welks bladeren bij het betelpruimen gebruikt worden. Een klaargemaakte betelpruim bestaat uit twee sirihbladen besmeerd met wat natte kalk en als peperhuis opgerold; daarin een stukje areka- of pinangnoot gevouwen, verder een stukje gambir en daarbij een pruimpje fijn gekorven tabak. Slendang — draagdoek voor kinderen; ook sjaal, door de inlandsche vrouwen over schouder of hoofd gedragen.

T.

Tabé — een maleische begroeting. Tandakken = Javaansche dans. Tapekong = Chineesch heiligenbeeld, Tembang = zangwijze, lied. Thail — een zeker gewicht (zie blz. 35 bij maten en gewichten in Ned.-lndie.) Tjandi = heiligdommen, meest van Boeddhistischen oorsprong, waarvan verscheidene het karakter dragen van graftempels. In 't algemeen wordt elk overblijfsel van Hindoe-tempels een tjandi genoemd. Tjintjangan = haksel. Toewan — mijnheer. Toko = winkel. Toret = Wet, mede gebruikt voor boeken van Mozes. Totok — volbloed Hollander, in Holland geboren.

W.

Wajang = Javaansche tooneelvertooning, hetzij met poppen of met levende wezens.