Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE TOEKOMST

werkelijk een aantal van die koopers zijn, onnoozel of vrijmoedig genoeg om te meenen, dat Duitschland hun een tegenprestatie verschuldigd is f

Hoe dit zij, er was voor Duitschland geen aanleiding, om die koopers een dienst te bewijzen, en er is voor een dagblad hier geen voldoende grond, om het aantal dwaze grieven tegen Duitschland nog eens met een te vermeerderen.

„Wisselkoersvraagstukken" kunnen bij deze zaak veilig ter zijde gelaten worden,

Intusschen is het de moeite waard er op te wijzen, dat een aantal bezitters van die nieuw-zegels deze verkregen hebben, door oud-zegels, welke ze reeds bezaten, om te ruilen tegen nieuw-zegels. Verschillende commissionnairs in effecten hebben hun clientèle aangeraden, aldus te handelen, en niet te vergeefs. Ze hebben er daarbij zeker niet aan gedacht, Duitschland een dienst te willen bewijzen, en de opvolgers van den raad evenmin.

Volgens de theorie van den medewerker der N. R. Ct. zou Duitschland ook aan zulke omzetters een contra-prestatie dienen te bewijzen.

Om het niet bij deze weinig troost brengende opmerkingen te laten, wil ik er op wijzen, dat bedoelde koopers een deel van hun verlies kunnen inhalen, door Duitschland werkelijk een dienst te bewijzen. Ze behoeven daartoe nu of later slechts in te schrijven op „Kriegsanleihe", die bij den tegenwoordigen koers op ongeveer 70 % komt en 5 % rente draagt.

Wie niet ontraden heeft, om op Fransche oorlogsleeningen in te schrijven, heeft geen reden, om het nemen van Deutsche Kriegsanleihe te ontraden. Wie daarentegen aangeraden heeft, om Fransche of Engelsche oorlogsleening te nemen, en na den schepenroof eindelijk tot beter inzicht is gekomen, kan zijn fout eenigszins herstellen, door aan te bevelen in te schrijven op Duitsche Kriegsanleihe. Zijn cliënten zullen bij het laatste hoogst waarschijnlijk beter varen dan bij het eerste. _

Er zijn in ons land commissionnairs in effecten die zoo iets roekeloos vinden ; er zijn er zelfs, die aan hun cliëntele zeggen, dat men moet aannemen, dat Duitschland na den oorlog, een extra-belasting zal leggen op de oorlogsleeningen. Anderen zeggen, dat men, door geld te leenen aan Duitschland, den oorlog helpt verlengen.

Tot zulke dwaze opvattingen komen de menschen door de wijze, waarop allerlei bladen over den oorlog en over Duitschland schrijven.

. Wie onbevooroordeeld de zaak beschouwt weet, dat m beide opzichten het tegendeel waar is. Duitschland stelt er hoogen prijs op, dat zijn leeningen slagen en zal ongetwijfeld, als er later effecten mochten bevoordeeld worden, in de eerste plaats de Kriegsanleihe bevoorrechten. Bovendien is het sinds lang duidelijk, dat Duitschland onoverwinnelijk is, terwijl Frankrijk en Italië evenmin onoverwinnelijk zijn als Rusland.

J. v.

„Raubzüge"!

In het Maandagochtendblad van de Telegraaf van 8 April 1.1. schrijft een zekere Henri Habert, jong scholier waarschijnlijk, uit zijn geschiedenisschoolboek een rits van datums op, een en een kwart kolom lang en beginnend met eventjes 't jaar 114 vóór Christus tot 1915 «« Christus, volgepropt met „Raubzüge" der Duitschers. De domme spoorwegreizende Telegraaf-\ezers, slikken die koek allemaal en razen tegen elkander: „wat een „schoften toch die Duitschers! altijd zoo geweest, thans net „als ruim 2000 jaren geleden; ja, God weet, wel van Adam „af; wat jammer dat die Henri Habert — een patente historie vorsch er, hê ? — zijn geschiedrollen niet van Adam af heeft „opengerold; maar dat doet hij nog wel de "volgende Maandagen : we zullen hem schrijven I"

Ja! ik heb plan dat jongmensch ook te schrijven. Om hem te verzoeken ook eens de voltallige „Raubzüge" der Franschen (liefst sinds Adam) te becijferen, en dan die van Napoleon I en Lodewijk XIV (als hij ten minste van die namén ooit gehoord heeft) niet te vergeten, en ook niet die van 1672 (onder Turenne) of van 1794 (Sansculotten!): immers wij hier in Brabant weten van die „bevrijdings"tochten een liedje te zingen !

Na die reeks Fransche strooptochten zou ik onzen Telegraaf historikus aanraden niet halverwege te blijven.staan, maar ook eens de serie Engelsche Raubzüge- ter hand te nemen ! Mijn God! dan zal echter een heele Telegraaj'-editie, waarbij het artikel van 8 April maar een druppeltje is, niet voldoende wezen! In elk geval, hij vergete de „Raubzüge" der Engelschen tegen de Boeren van Transvaal en Oranje Vrijstaat niet, en hij zegge ons hoe die „shocking" lispelende Engelschen aan hun kolossaal, plm. JJ millioen K.M.2 groot rijk gekomen zijn.

Van Franschen gesproken. Weet H. H. ons soms ook te vertellen] of onze kundige „Fransosen" soms verwant zijn en homoniem met de Germanen en Franken (alias „Hunnen" —, Telegraafstijl) van anno 240, en of de zonen, van „Marianne"

van heden niet een groot stuk beschaving en „gloire" danken aan die Germanen, pardon: Franken; ik noem alleen bouwkunde, Charlemagne ! En hoe die Franschen eigenlijk aan hun naam: Frankrijk „la doulce France" kwamen f Wij leerden als jongens reeds, dat de gloireschreeuwers zelfs hun naam aan de Germanen danken.

En zelfs de Galliërs-Kelten, zaten ook die niet oostelijk van den Rijn ?

H. Habert schijnt een hekel te hebben aan Volksverkiezingen. Als hij Hollander is. zou ik hem willen vragen, waar wij Hollanders eigenlijk van daan komen, voor ons land enkel door kikkers en eenden bewoond was. De Batavieren, Friezen, Taxandriërs om maar wat te noemen, waren dat soms Romanen ?! Onze jongen moet zich dan toch wel de haren uit 't hoofd rukken, als hij constateert tot een ras van „Raubzügler" te behooren. ')

En de Yankees, bijvoorbeeld die prachtexemplaren Wilson en Roosevelt? Die stakkerds van „roodhuiden" ginder zullen zich denkelijk ook wel beklagen over die „volksverhuizers", „Raubzügler \"

En de Maoris van Nieuw-Zeeland of de autochthonen van Australië (als er nog zijn!) hebben ook al grieven, zou ik meenen. tegen de „Raubzüge" der Englishmen.

Waar te eindigen? O ja. De Maanbewoners later! Immers als Albion geen land meer op te slokken heeft op aarde, gaat het wis de maan kolonizeeren en „bevrijden", naar mij eens eén geestige Fransche Kardinaal zeide.

. Ik sprak boven van Fransche „Raubzüge" in 1642, 1647—'48, 1794! Ik kon in ons arm Brabant minstens honderd plaatsen, steden, vlekken, dorpen opnoemen waar die Franschen toen echt .,bolsjewikisch" huis hebben gehouden. Ik doe enkel een greep in onze locale kronijken en citeer letterlijk:

Nuenen: „In September 1794 hebben sommige inwoners „veel van de Franschen te lijden gehad. . . ."

Oirschot: „De inval der Franschen in 1672 veroorzaakte „groote schade

1.) De heer Habert is Fransch propagandist.

Red. T.

341

Sluiten