Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OVER PINUS SYLVESTRIS

door H. W. HEUVEL. (Vervolg en slot van bl. 85).

Wat al vormen vertoonen de dennen. De meest karakteristieke en grillige vindt men bij de vrijstaande opgeslagen dennen. In de eerste jaren zijn het aardige pyramidetjes. Later worden het groote trotsche torens, als ze hun onderste takken breed en statig over den grond uitspreiden. In mijn dennenland stonden wonderschoone exemplaren, waarvan een beroemd schilder zei, dat hij nergens mooier gezien had. Na verloop van tijd, als de onderste takken verdwijnen, kan men stam en vertakking beter waarnemen. De takken ontspringen vaak dicht bij den grond en kronkelen in wilde bochten omhoog en de stam is even zonderling verdraaid en gewrongen. Iemand, die alleen zin voor het nuttige heeft, noemt zulke dennen wangedrochten, maar de natuurvriend, die oog voor het schilderachtige bezit, verlustigt zich in die grillige vormen en woeste, fantastische kronkelingen. Ik weet een verborgen hoekje ergens in de heide, waar in een bosch van dennenopslag drie oude dennen van wondere gestalte bijeen staan. Telkens kom ik daar, want er is iets, dat mij aantrekt in die zonderlinge oude heeren. . .

Vrijstaande bejaarde dennenboomen krijgen breede gelaagde kruinen, zoodat ze aan Italiaansche pijnen, ja soms aan ceder van den Libanon herinneren.

Niet zoo sierlijk als de Zeeden (Pinus pinaster) der lichte zanden, die met hun boogvormige takken een schier architectonischen bouw vertoonen, is onze Pinus sylvestns, maar toch maakt hij een weldadigen indruk, als de stammen in rechte lijnen omhoog streven en onder gelijke hoeken telkens een takkenlaag afzenden. Zoo zien we de oude dennen van een mastbosch of van een breeden singel rondom een brok heiveld. Beneden is de stam donkerbruin bij grijs; de ruwe schors is als de huid van

Sluiten