Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EEN AANTREKKELIJK TYPE VAN ACHTERHOEKSCHE VROOMHEID

DOOR

H. W. HEUVEL. (Vervolg en slot van bladz. 129)-

II.

Vele gezellige uurtjes heb ik met Kolkman gezeten aan zijn haard bij het vriendelijk schijnsel der Engelsche lamp en de behagelijke warmte der kachel. Hij had zulk een levendige belangstelling voor schier alle dingen van deze wereld, voor natuur en menschenleven, voor de bloemen en de sterren, voor de wonderen van vreemde landen en de ontdekkingen van den nieuwen tijd. Zoo gaarne vertelde hij verhalen van oude tijden, die hij van zijn vader had gehoord: van de rooftochten van Bèrndeken van Gölen (bisschop Bernard van Galen), van Zigeunerjachten in de 18de eeuw, toen dat volk hier had vertoefd, waar nog de Heidengaorden is. In zulke overleveringen had hij het grootste vermaak. Maar niet minder was zijn belangstelling voor de geschiedenis van eigen tijd. Vlijtig las hij de Standaard en de Heraut. Met welk een geestdrift vertelden we mekaar in den Transvaaloorlog het laatste nieuws. Dan kwam hij eens even hooren, of Ladysmith nog niet gevallen was of vertelde jubelend van de groote overwinningen der Boeren bij Colenso (15 Dec. 1899), aan de Tugela en zoo meer. Hoe dweepte hij met Lion Cachets „Worstelstrijd der Transvalers" en met de romantische verhalen van Penning, in die dagen verschenen. Hij had Paul Krüger, du Toit en Smit, „den vechtgeneraal" zelf gezien in 1884 in 't gebouw der Vrije Universiteit.

Hoe neerslachtig stemde het hem, toen na de capitulatie van Cronjé bij Paardeberg de krijgskans ten gunste van Engeland keerde en de Boeren eindelijk den kamp moesten opgeven. Met welk een verbittering lazen we van Kitcheners concentratiekampen, de „moordenaarskampen" van het straatlied.

Wij hadden zoo vast vertrouwd, dat God in den hemel de recht-

Sluiten