is toegevoegd aan je favorieten.

Letterkundig magazijn van wetenschap, kunst en smaak, 1820 (Mengelstukken), no 12

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

«34 BESCHOUWING DER VERANDERINGEN ,

aan Frankrijk gehecht was , door eene landengte tas* fcben Rover en Boulogne, die de Oceaan vernield heelt. — Deze (telling rust wel niet op vroegere gefehiodkundige herigten, doch is genoegzaam op natuurkundige gronden federt eeuwen ' reeds , door vele geleerden voldingend bewezen. —— Deze ftellin* moet hier eene plaats vinden , uit hoofde van de waarlchijnliike gevolgen welke men hieruit afleidt, van het formeren van den ' bodem van Nederland, en van desselfs veranderingen, waarvan de gefchiedenis melding maakt. — De natuurkundige gronden, waarop men het vroeger befhan van eene zulke landengte heeft aangenomen, zijn: i.) de juiste overeenkomst van de tegen elkander overliggende kusten van Engeland en Frankrijk, in grootte en gedaante, welke inderdaad zoo in het oog loopt, dat men mauwkeurig de plaats .zou kunnen aanwijzen, waar die vroegere bergachtige landengte de grootife hoogte had. — Immers., wanneer men van Dover en Folhtone aan dc Engelfche kust twee lijnen trekt tot kaap Bïancnés en p'isj'ancc op dê Franiclie kust, dan heeft men binnen die lijnen en het ftnalfte gedeelte der zeeëngte, en de grootlte' hoogte der rotfen, welke naar hél noorden en r.sar bet zuiden altijd verminderende afloopen, zoodat eene lijn, bijna even. wijdig met de vorigcu getrokken, van Sandwich tot Valais, aan beide einden der lijn, lage en zandige kusten oplevert. —»

2. ) De afgefebeurde regtflandige gedaante der rotfen aan beide oevers. —

3. ) De ondiepten van de zeeëngte, welke aan beide zijden, noord- en zuidwaarts vermindert, zoodat 'het verfchil van vier tot vijftig en meer vademen gaat, vooral naar de Noordzee, —r-—

4. ) De ongelijke grond en de zeeëngte, uit rotsachtige riffen en klompen rots beftaande. ■—

5. ) De geringe breedte van de engte. —

6. ) Het vroeger en menigvuldig 'aantreffen van roof. ïüeren, zoo a's. wolven, enz. in Engeland. —

En 7.) de benaming van cliff, die men. in Engeland geeft aan de rotsachtige oevers van het Kanaal, en die sfkomftig is van cleavz, of fcheuren, fplijten; doch de twee laatfte gronden zijn zwak. —

Dat echter de meeste derzelven veel voor zich hebfceys en de peiling van eene vroegere landengte, zeer

aan-