is toegevoegd aan uw favorieten.

De maasgouw; Limburg’s Jaarboek voor Geschiedenis, Taal en Kunst jrg 55, 1935 (50), no 6

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 64 —

onder Inv. Nr. 546 bewaard in het Rijksmuseum van Oudheden te Leiden, en Vermeulen, Nijm. CC. graf 2, 7, PI. XIV, 2 en XVII, 1, waar de gaaf bewaarde T-Skom op den bodem een stempel van Modestus draagt. Het benedenfries heeft een rankenversiering: voor de twee ranken met lancetvormige bladeren vergl. Knorr, T-S 1 Jhrh. Textb. 9 (Senicis fe); tusschen de bladeren een 8-puntig stermotiefje en het vogeltje met hangend kopje als boven onder nr. 5. — (Inv. Nr. 886, II, 46).

De hier vermelde pottenbakkers: Ingenuus, Bassus, Melus, Modestus, aan wie de stukken met meer of minder zekerheid dienen toegeschreven te worden, werkten allen rondom het midden van de eerste eeuw na Chr., Modestus grootendeels in de tweede helft. Het uitgebreide materiaal in het Oudh. Museum biedt zeker ruim gelegenheid tot een interessante studie over praehistorisch en Romeinsch Maastricht, waardoor de hier slechts even aangestipte resultaten wetenschappelijke verbreeding en verdieping zouden ontvangen.

Dr. W. VERMEULEN S.J.

1) Men vergelijke o.a.: Maasgouw Nov.-Dec. 1925, bldz. 70.

2) Voor Romeinsche vondsten bij de O. L. Vrouwe-basiliek en omgeving reeds in 1883. o.a. door Habets, verwijzen we naar : Maasgouw 1883.

3) H Dragendorff, Ein Beitrag zur Gesch. der Griech. u. Rom. Keramik. Bonn, Jahrb. 96/97, 1895, bldz. 18 vv.

4) R. Knorr, Töpfer u. Fabriken verzierter Terra-Sigillata des ersten Jahrhunderts, Stuttgart 1919.

5) id., Südgallische Terra-Sigillata-Gefasse von Rottweil, Stuttgart 1912.

6) W. G. J. R. Vermeulen, Een Romeinsch Grafveld op den Hunnerberg te Nijmegen, Amsterdam 1932.

7) F. Oswald and T. D. Pryce, An Introduction to the study of Terra Sigillata, London 1920.

DE KAPEL IN 'T ZAND TE ROERMOND. 1435—1935. 1)

II.

Behalve den Armenhof en Muggenbroek, die we als afzonderlijke hoeven ook reeds voorgesteld zien op de bekende kaart van Jacob van Deventer van omstreeks 1558 vinden we binnen het gebied van het huidige

rectoraat Kapel in 't Zand nóg enkele oudere hoeven. Ten Zuiden van den Armenhof, dicht langs de Roer, ligt Oud-Schöndeln, waarschijnlijk „oud" genoemd ter onderscheiding van het in 1892 nieuw gebouwde huis Schöndeln, dat niet ver van den Heinsbergerweg ook binnen dit gebied ligt.

Oud-Schöndeln draagt in zijn bouw het karakter van een degelijk landhuis met boerderij uit de 17de eeuw. Na den dood van den laatsten eigenaar, Burg¬

graaf Ch. van Aefferden, in 1922 is het eigenlijke landgoed in handen van verschillende eigenaars gekomen. Het in 1892 nieuwgebouwde huis met aangrenzend park is thans eigendom van Paters Camillianen, die er een rusthuis exploiteeren. De eigenlijke hoeve Oud-Schöndeln behoort aan de familie Janssen.

Van den Armenhof gaande in Westelijke richting, loopt volgens de huidige stafkaart een weg, de zoogenaamde Scheidingsweg, die op eenigen afstand van de Roer eindigt.

De bovengenoemde kaart uit 1558 laat ook dezen weg zien, weinig afwijkend van de tegenwoordige richting.

Het doodloopen van dezen weg op korten afstand van de Roer heeft bij meerdere belangstellenden in de historie van deze streek de vraag doen rijzen, of deze weg geleid heeft naar een vroeger bestaande Roerovergang. De Scheidingsweg, thans grensscheiding tusschen Roermond en Melick, en vroeger grensscheiding tusschen Roermond en Gulik is als zoodanig toch altijd een weg geweest van beteeken is. Er zijn kaarten, die duidelijk dien rivierovergang aangeven, o.a. een in 1709 te Brussel bij Eugene Henry Fricx uitgegeven kaart. De Heer Gerard Krekelberg te Vlodrop bezit een kaart van 1713, uitgegeven bij F. Covens en C. Mortier te Amsterdam, waarop de weg van de Kapel in 't Zand naar St. Odiliënberg bij Lerop de Roer snijdt. Ter plaatse is echter van een vaste brug weinig gebleken, zoodat we het vermoeden slechts mogen uitspreken, dat een veer in de verbinding van beide Roeroevers heeft voorzien.

Er loopt nog een belangrijke weg van het punt, iets ten Oosten van het spoorwegviaduct in de lijn Roermond—Vlodrop, in bijna Noordelijke richting. Deze weg vormt ongeveer de scheiding tusschen Roermond en Maasniel, in vroegere tijden de grensscheiding tusschen Roermond en de Heerlijkheid Dalenbroek. De weg volgt min of meerde richting van de Maasnielder beek. In de nabijheid van dezen weg, ter hoogte van de zoogenaamde Schinderskuil, en nog iets Noordelijker, niet ver van den windmolen van wijlen den Heer P. Boom, zijn overblijfselen gevonden, die wijzen op een vroegere Romeinsche nederzetting ter plaatse. Wijlen Dr. Goossens achtte ook dezen weg, bijna rechtstreeks Noord-Zuid loopend, en weinig afwijkend van den weg op de kaart van 1558, van beteekenis en waarschijnlijk van hooge oudheid.

Dr. Goossens opperde zijn vermoeden reeds in 1930 toen er bij den molen van P. Boom resten waren