Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

PK*;

/

24° Jaargang.

— 29

30 April 1902, N° 8.

DE MAASGOUW

Orgaan voor Limburgsche Geschiedenis, Taal- en Letterkunde.

PRIJS PER JAARGANG:

Voor Nederland .... 2 gulden » België 5 franken

Advertentiën: 10 cent per regel.

Dit blad verschijnt 2 maal per maand onder bescherming van het Provinciaal Genootschap voor geschiedenis en oudheidkunde in Limburg.

De nadruk van artikels, buiten toestemming der schrijvers, is verboden.

Abonnementen, brieven en mededeelingen te bezorgen bij de uitgevers Poosten & Stols, Moesmarkt 16, Maastricht.

Abonnementen worden eveneens ontvangen bij alle postkantoren en boekhandelaren.

Aanstelling van een landsehrijver in het ambt Montfort in 1722.

Medegedeeld door P. Doppler.

Het ambt Montfort, doorgaans ammanie Montfort geheeten, was gelegen op den rechter Maasoever en kwam in 1277 aan Reinoud I graaf van Gelder; sinds dien tijd deelde het in de lotgevallen van Gelderland. Hot bestond naderhand uit de steden Echt, Montfort en Nieuwstad, en de dorpen Swalmen, Asselt, Elmpt, Cruchten, Ohé en Laak, Berkelaar, S. Joost, Maasbracht, Pey, Roosteren, Iliicküoveii, Vlodrop, Posterhoit, Linne, St. ödiliënberg, Lierop, Beesel en Belfeldt. Het werd bestuurd nagenoeg op denzelfden voet als de ambten Kessel en Krieckenbeeck, doch had zijn eigen leenhof, dat op den burgt te Montfort zijn zetel had. De algemeene regeering van het ambt Montfort werd waargenomen door den drossaard, die tevens voorzitter was der onderscheidene schepengerechten in crimineele gevallen. Wat de administratie en de rechtspraak betreft, was de ammanie verdeeld in 6 schepenbanken. Naast den drossaard stond de landscholtis, die belast was met de politie; de eerstgenoemde trok de boeten en breuken boven de drie gulden, deze die van drie gulden en minder; beide betrekkingen werden doorgaans verpand ; de betrekking van landrentmeester generaal was gewoonlijk vereenigd met die van drossaard; Van den landsehrijver is niets naders bekend.

In 1649 tijdens de vredesonderhandelingen te Munster Werd hetv ,abt Montfort door Philips IV, koning van Spanje, onderden titel van heerlijkheid zonder opperheerschappij, onder zekere voorwaarden afgestaan aan prins Frederik Hendrik van Oranje. Zij maakte als zoodanig deel uit van de nalatenschap van den stadhouder Willem III en werd bij deeling zijner erfenis in 1732, aan den koning van ï'ruissen toegewezen ; in 1769 verkocht Frederik de Groote

het ambt met de daaraan verbonden heerlijke voorrechten aan prins Willem V van Oranje.

De Souvereiniteit over dat land werd bij het barrière-, tractaat van 1715 door Keizer Karei VI afgestaan aan de' Vereenigde Provinciën, die ze tot het einde der achttiende eeuw behouden hebben (1).

De acte van aanstelling tot „Landtschreiber" van voornoemd ambt, die hier volgt, staat opgeschreven vóór in het gedingenregister der schepenbank Beesel en Belfeldt, over de jaren 1722—1734.

Wyr Friderich Wilhelm von Gottcs gnaden, König in Pruissen, Marggraff zu Brandenburg, des H. Röm. Reichs Ertz Cammerer und Churfursi,8ouveraiuerPrujtz van Oranjen, Neufchatel und Vallengin, in Geldern, zu Magdebufg, Cleve, Julich, Berge, Stettin, Pommeren, der Castuben und Wenden, zu Mecklenburg, auch in Schlesien, zu Cnossen Hertzog, Burggraf!'zu Nurenberg, Fürst zu Halberstadt, Minden, Camin, Wenden, Schweriu, Ratzeburg, und Moers, Graff zu Hohenzolleren, Ruppin, derMarck, Ravensberg, Hohmstein, Tecklenburg, Tingen, Schwerin, Butaren und Lehrdam, Marquis zu der Vehre, und Vlissingen, heer zu Ravenstein, der lande Rostaeck, Stangard, Lavenburg, Butau, Arlay und Breda etc. thun kund und fugen hier mit zu wissen, demnach die Landtschreibers bedienung in unserem Ampt Montfort durch das absterben Johann Crebbers vacant und ledig worden,und uns zu deren wiederbesetzung, unter anderen Henricus van Dam, allerunterthanigst angeruhmet und vorgeschlagen worden,weswegen wir auch denselben zum Landtschreiber, in besagten unseren Ambt Montfort allergnadigst benandt und angestellet thun das auch hiermit und kraft dieses dergestalt, und also, das uns und unseren gantsen Könighlichen hause, successoren, erben und nachkommen, als hernn von

(1) Jos. Habets, Geschiedenis van het bisdom Roermond lp. 35—36; — Publications de la Société historique et archéologique dans la duché de Limbourg, torn 35, p. 344.

Sluiten