Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8

hoofdgedachte der melodie, als een canon of fughetta over een deel of het geheel van het koraal of over een vrije stof kan zeer schoon zijn, zooals de onovertreffelijke voorbeelden, door Johann Sebastian Bach gegeven, bewijzen. Een kort naspel of postludium is alleen dan gewenscht, wanneer het de uitdrukking van den laatsten regel des gezangs versterken kan of door een orgelpunt op de tonica de rust meer voelbaar maakt. Maar overigens heeft een goed koraalgezang noch begin, noch slot noodig."

Het boek begint met verbeteringen der melodiën, die langzamerhand haar oorspronkelijk karakter hadden verloren. „Deze herstellingen" zegt Bastiaans, „zijn bijgevoegd, opdat men ze bij eene voordragt buiten de kerk zou kunnen overnemen, maar vooral niet in de kerk, zoolang ze nog niet algemeen ingevoerd zullen zijn."

Dit werk viel in den smaak en daarom volgde in 1855 het „vierstemmig Psalmboek voor koor en orgel, bevattende de melodiën der Psalmen bij de Hervormde, Remonstrantsche, Doopsgezinde en Waalsche gemeenten in gebruik en der daarbij gevoegde gezangen. Bastiaans noemt zich op den titel „Onderwijzer in de Compositie en de Theorie der Muziek aan de Muziekschool te Amsterdam."

In dien tijd ondernam de Waalsche Gemeente het uitgeven van een „Recueil Supplementaire de Cantiques." Het werk zag in 1854 bij G. van Tijen et Fils te Amsterdam het licht. De voorrede zegt „La partie musicale a été Pobjet de soins particuliers. Presque toutes les mélodies sont nouvelles. Elles ont été faites, a quelque peu d'exceptions prés, pour les cantiques mêmes, par des compositeurs de notre pays d'un talent reconnu." Dat Bastiaans onder die componisten geweest is, bewijst een exemplaar, dat in zijn bezit was, en waarin op het schutblad staat: „Témoignage de reconnaissance a Monsieur J. G. Bastiaans de la part de la Commission pour les Cantiques."

De Algemeene Synode der Nederlandsche Hervormde Kerk gaf 19 Juli 1866 een „Vervolgbundel op de Evangelische Gezangen" uit, die te Amsterdam bij J. Brandt en Zoon, te Haarlem bij Johannes Enschedé en Zonen en te Groningen bij de Erven R. J. Schierbeek en de Erven Wed. M. vaa Heyningen Bosch het licht zag.

Ook hier is een voorrede aan de verzameling toegevoegd, die omtrent het muzikale gedeelte alleen zegt: „Dr. J. Witkop, Predikant te Zutphen, H. L. Oort, Predikant te 's Gravenhageen S. F. van Hasselt, vroeger Predikant te Sneeken thans Secretaris der Synode hebben met Dr. B. ter Haar, Hoogleeraar, daartoe door de Synode van 1865 uitgenoodigd, voor de keuze van gepaste melodiën zorg gedragen, zoodat deze bundel als 't ware uit hunne handen in die der gemeente overgaat."

Op de laatste bladzijde worden de dichters der liederen opgesomd, en dan als „vervaardiger der nieuwe zangwijzen en der verbeteringen van reeds bestaande" genoemd: Joh. Bastiaans.

Sluiten