is toegevoegd aan je favorieten.

De ingenieur; Orgaan der Vereeniging van Burgerlijke Ingenieurs jrg 7, 1892, no 42, 15-10-1892

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE INGENIEUR.

Orgaan

T Jaargang.

437

1892. -12 42.

VEREENIGING VAN BURGERLIJKE INGENIEURS.

YioUM pwl aai de teclmlBK: ei li fficonpmiB van OpenHare WerKen n NiiïerMiL

Prils per Jaariang:

Franco per post.

Voor Nederland / 8-—

Voor het Buitenland wet vooruitbetaling ... - 10.50 Voor leden der Vereeniging van Burgerlijke Ingenieurs

worden bovenstaande prijzen met / 2.— verminderd. Men abonneert zich voor een jaargang. Over het bedrag der abonnementen in Nederland

■wordt halfjaarlijks door de Administratie beschikt. Afzonderlijke nummers 20 cents. — Bewijsnummers

10 cents.

Verschijnt eiken Zaterdag.

Abonnementen, stukken en mededeelingen, boeken brochures, enz. te richten aan de Redactie: Sundastraat No. 6, te 's-Gravenhage.

Advertentién uiterlijk Vrijdags 12 ure des voormiddags intezenden aan de Administratie van dit Blad, Paveljoensgracht No. 19, te 's-Gravenhage.

's-Gravenhage, 15 October.

Prijs der Aflvertentiëa:

Per regel / 0.25

Groote letters naar plaatsruimte.

Abonnementen volgens afzonderlijke overeenkomst.

Bij eene eerste plaatsing van annonces voor Aanbestedingen is de prijs per regel ƒ0.15; bij eene tweede en meerdere plaatsing van dezelfde annonce ƒ 0.10.

Bij abonnement op Advertentién wordt het blad gratis toegezonden

Verantwoordelijk Redacteur: J. van Heurn, Civ.-Ing., 's-Gravenhage. INHOUD.

Lijst der werken vanwege de Vereeniging van Burgerlijke Ingenieurs uitgegeven en voor het publiek beschikbaar gesteld. — Tras of cement? door C. j. Strovk.— Iets over Waterleidingen (geïll., vervolg van blz. 221) door Vitringa. - De 10e Internationale Vergadering van de Internationale Vereeniging voor Aardmeting. — StatenGeneraal. — Weerkundige waarnemingen. — Kivierberichten. — Binnen- en Buitenlandsche Berichten. — Benoemingen, verplaatsingen enz. — Open Betrekkingen.

LIJST DER WERKEN

vanwege de Vereeniging van Burgerlijke Ingenieurs uitgegeven en voor het publiek beschikbaar gesteld.

Repertorium der literatuur van den Waterstaat van Nederland, bewerkt door P. H. Kemper, L. V. B. I.; uitgegeven in 1883 bij Martinus Nijhoff te 's-Gravenhage. Prijs ƒ1.

Tarief voor reis- en verblijfkosten ten behoeve van Technici; uitgegeven in 1887 bij Gebr. Belinfante te 's-Gravenhage. Prijs f 0.25.

Honorarium-tabel voor technischen arbeid van Ingenieurs en Architecten; uitgegeven in 1892 bij Gebr. Belinfante voorheen A. D. Schinkel te 's-Gravenhage. Prijs ƒ 0.10.

Algemeene administratieve voorschriften voor het uitvoeren en onderhouden van werken ten behoeve van besturen en particulieren; uitgegeven in 1892 bij Gebr. Belinfante voorheen A. D. Schinkel

te 's-üravenhage. trijs j u.öU.

Tras of Cement?

»i de enorme toename der toepassing van cemeni, ook

? daar waar voorheen uitsluitend tras in aanmerking > kwam, kon een strijd over de voor- of nadeelen dier * beide materialen niet uitblijven.

De naamlooze vennootschap «Niel-on-Rupell», stoutmoedig door het succes met haar Josson-fabrikaat, zond reeds hare helaas slecht bewapende tirailleurs, en 't staat te voorzien dat de heer Gerhard Herfeld van Andernach het niet bij zijne eenvoudige terechtwijzing zal laten, maar proefondervindelijk zal aantoonen, dat tras in vele opzichten nog niet voor cement behoeft te wijken.

Omdat 't mij, in het tot hiertoe aangevoerde trof, dat geen der partijen zich bij hare conclusiën beriep op de meer of minder practische waarde hunner materialen, meende ik der zaak van dienst te zijn, wanneer ik de vrijheid nam, het debat met mijne ervaringen in deze aan te vullen.

Ik doe dat te liever, omdat mij dan eene goede gelegenheid is gegeven tot mededeeling van feiten, die met sommige op den voorgrond tredende uitingen van den laatsten tijd niet geheel zijn overeen te brengen en als zoodanig tot waarschuwing kunnen dienen tegen overijlde toepassing van de nieuwe leer.

Ten einde hem, wien dit onderwerp slechts zijdelings interesseert het lezen te bekorten, stel ik voorop dat mijn doel is, aan te toonen:

1°. dat trasmortels voor werken blootgesteld aan een afwisselenden graad van vochtigheid nooit hebben voldaan, doch uitmuntend blijken bij een constanten vochtigheidsgraad (die van

2°. dat cementmortels (hiermede in de eerste plaats bedoeld schelpkalk, cement en zand) de eenige mortels zijn die een afwisselenden graad van vochtigheid — en vrij hooge koude — zonder nadeel kunnen verdragen;

3°. dat schelpkalkmorlels — zonder tras of cement — voor werken die in drogen toestand blijven en geen buitengewone krachten hebben te weerstaan, b.v. voor binnenmuren, schoorsteenen, luchtkanalen, brandvrije gewelven enz., onverbeterlijk zijn;

4°. dat de tot vette mortels aanleiding gevende mengverhoudingen (bv. zooals in de A. V.3 is omschreven) beter zijn dan die waarbij z.g. schrale mortels worden verkregen en

5°. dat de officieele mengverhoudingen (die der A. V.3) dienden gewijzigd te worden, en hoe.

Het is een vrijwel algemeen erkend feit, dat trasmortel tijdens haar versteening uitzet; bij afwisselenden graad van vochtigheid is die werking vrij belangrijk en belangrijker naarmate die afwisselingen grooter zijn.

Wie daaraan nog mocht twijfelen, raden wij zich te overtuigen van de hoedanigheid der voegen, bepleisteringen enz. van muurwerken die enkele jaren te voren in trasmortel gemetseld, afwisselend beslist nat en droog waren, o.a. kaaimuren, trasramen, topgevels, erfscheidingsmuren, rollagen, vlechtingen, schoorsteenen en meer andere.

Zelfs al worden die voegen zoo zorgvuldig mogelijk uitgehakt en weer volgezet, weinig tijds daarna — en vooral wanneer veel trashoudende of waterkalkmortels werden gebruikt — blijken zij weer losgewerkt te zijn.

Is deze eigenschap een groot bezwaar voor werken boven den grond, voor waterdichtheid en natblijvende metselwerken, zooals beklampingen, regenbakken, kelders en betonstortingen is het een ontzaglijk voordeel.

Een tweede, wellicht minder bekend feit is, dat trashoudende mortels aan de lucht blootgesteld niet duurzaam zijn.

De kapitein-ingenieur W. F. C. Camp toonde zulks, voor wat betreft sterke trasmortel, door uitgebreide proefnemingen aan (zie bouw- en natuurkundige wetenschappen A° 1837) en constateerde dat reeds na 120 dagen krachtsvermindering is waar te nemen.

Uit eigen ervaring kan ik hieromtrent o. a. het volgende mededeelen :

Vroeger maakten wij de schoorsteenen bovendaks veelal in B. t.; de voegen lagen er telkens weer uit en na verloop van 12 a 15 jaar moesten zij vernieuwd worden. De mortel verging tot stof, zonder eenigen samenhang.

Oude, reeds lang ter slooping gedoemde vestingmuren bleven de laatste jaren natuurlijk verschoond van het periodiek «voegwerk», zoodat de lucht «en bij eenige ook de zon», vrij op de trasmortel kon inwerken. Toen die muren gesloopt werden, waren de buitenste steenen zonder moeite los te krijgen, terwijl het inwendige zoo hard was als metaal.

Ook aan bepleisteringen in S. b. t. of B. t., zooals sommigen de trasramen nog doen, kan eene soortgelijke ontbinding worden waargenomen.

gistenden aard uitgezonderd)

De Vereeniging m BnrgerliiKe Ingenieurs stelt zich in geenen deele verantwoordelijk voor de denkbeelden in de onderscheidene Bijdragen ontwiKeld of toegelicht,