is toegevoegd aan je favorieten.

De ingenieur; weekblad gewijd aan de techniek en de economie van openbare werken en nijverheid jrg 13, 1898, no 6, 05-02-1898

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

64

Reiniging van Water.

De vele proeven, welke sinds verscheidene jaren met rivierwater zijn genomen, hebben zonder uitzondering bewezen, dat het aantal micro-organismen sterk in aantal vermindert, naar gelang men zich verder van het punt van uitloozing van rioolwater in de rivier verwijdert. (Zie «De Ingenieur» n° 44 jaargang 1897.) Verschillende factoren zijn evenwel hier van invloed. De "proeven van Procaccini o. a. hebben overtuigend bewezen, dat door de inwerking der zonnestralen het aantal microben zeer merkbaar afneemt. Hij nam daarvoor twee cylinderglazen, die met water gevuld werden. Het eene cylinderglas werd een twaalftal uren aan den invloed der zonnestralen blootgesteld, het andere daarentegen niet. Bij onderzoek bleek nu, dat het aan de zonnestralen blootgestelde water bijna geen microben bevatte, terwijl het andere water meer dan 9000 microben per cM3 telde. De vraag die wij ons direct stellen is of deze invloed zich tot op groote diepte doet gevoelen.

Btjchner heeft aangetoond, dat voor het meer Starnberg, welks water verbazend helder is, de gunstige uitwerking deizonnestralen, na verloop van vier en een half uur, slechts tot op eene diepte van 1.50 M. merkbaar was. Doch om eene juiste gevolgtrekking te kunnen maken, moet rekening gehouden worden met de levensvatbaarheid der microben. Zoo is uit de proeven van P. Falkland bewezen, dat sporen ongevoeliger voor zonnestralen zijn dan bacillen. In de practijk is er geen beter middel om het water te reinigen dan het korter of langer in reservoirs te laten verwijlen. Niet alleen klaart het dan, maar ook het aantal microben vermindert sterk in getal.

Bij proeven te Hampton genomen, bleek het water bij zijne intrede in het eerste bassin 1437 bacteriën per cM3 te bevatten.

Bij het verlaten van het eerste bassin bedroeg dit aantal slechts 318 en bij het verlaten van het tweede bassin slechts 177 microben. .

Ditzelfde geval doet zich voor bij onze rivieren, doch is alsdan afhankelijk van de snelheid van den stroom. Zoo is bij onderzoek gebleken dat de Spree beneden Berlijn verontreinigd blijft tot de uitmonding in het meer Havel. De snelheid van den stroom vermindert alsdan, waardoor zwevende deelen bezinken, met het gevolg dat door deze bezinking en door de vermenging met zuiverder water, het aantal microben sterk vermindert. Zoo ook heeft Dr. Heider geconstateerd, dat het Donauwater over 40 KM. beneden Weenen geene merkbare verandering ondergaat, hetgeen hij toeschrijft aan de snelheid van den stroom en door de beroering, welke stoombooten aan het water mededeelen. Verschillende proeven hebben bewezen, dat de plantengroei de reiniging van het water helpt bevorderen. Zoo heeft Falkland opgemerkt, dat water met wier verontreinigd, slechts zeer weinig microben bevatte. Ook de temperatuur is van invloed op het aantal microben. Laboratoriumproeven hebben bewezen, dat met verhooging van de temperatuur het aantal microben sterk toeneemt. Onze rivieren zouden dus 's zomers meer microben moeten bevatten dan 's winters. De proeven van Falkland hebben het tegendeel bewezen, doch deze tegenstrijdigheid is aldus te verklaren: 's zomers is de regenval kleiner dan in het najaar en het in de rivier vloeiende regenwater brengt door zijne vloeiing over de aardoppervlakte vele microben in de rivieren met zich mede.

Het is bekend, dat de bewegingloosheid van het water van zeer groot belang is voor zijne reiniging en dat het noodzakelijk is om het water eerst tot bezinking te laten komen, voor men tot het eene filtratie overgaat. Wat deze kwestie aangaat, zijn zeer uitvoerige proeven genomen door Karlinski. Zoo vond hij bij onderzoek van water in een meer:

Aantal microben Aantal microben

DiePte- per cM3. Diepte- per cM3.

Oppervlakte. 4.000 12 a 16 M. 200 a 300

3 M. 1000 Bodem. 6000

10 M. minder dan 600 — —

Deze resultaten, die overeenkomen met die van Russell zijn zeer belangrijk, immers direct blijkt hieruit, dat de waterontname op zekere diepte beneden de wateroppervlakte moet plaats hebben en dat vooral er voor zorg dient gedragen te worden, dat de bodem niet in beroering wordt gebracht.

Om van eene goede reiniging overtuigd te kunnen zijn, moeten de volgende punten wel in het oog gehouden worden :

A. Het zoo lang mogelijk in rust houden van het water, vóór men tot filtratie overgaat.

B. Het filtreeren zoo langzaam mogelijk te doen geschieden.

C. Het geven van niet te kleine afmetingen aan het filterbed.

D. Het zoo dikwijls mogelijk vernieuwen van het filtermateriaaL

A. Het in rust brengen van het water heeft ten doel om de mechanische filtratie te vergemakkelijken, hetgeen een merkbaren invloed uitoefent op het aantal microben.

Te Altona werd het water van de Elbe door middel van pompwerktuigen in een reservoir gepompt, van waaruit het in twee zoogenaamde filtreerende reservoirs vloeide, om van daaruit in twee andere reservoirs te vloeien, welke de eigenlijke bezi'nk vijvers vormden. Hierin verbleef het water ongeveer zes uur. Na verloop van drie a vier maanden bezat de afgezette slibmassa eene dikte van 1.50 M. tot 1.80 M. in het eerste reservoir, eene dikte van 0.50 M. in de beide daaropvolgende reservoirs, en eene dikte van 0.25 M. tot 0.40 M. in de bezinkvijvers. Deze slib was bijzonder rijk aan microben en hun aantal bedroeg meer dan 17.000.000 per cM3.; het troebele water boven deze slib bevatte ongeveer 1.000.000 microben per cM3.

B. Tegenwoordig heerscht vrij algemeen het denkbeeld, dat de zuivering van het water des te volmaakter zal wezen, naarmate de filtratie langzamer geschiedt. Maar een punt, waarop het wel noodig is te letten, doch waaraan meestal nog te weinig aandacht wordt geschonken, is, het zorgdragen voor een constant regime, waardoor alleen een niet onvolkomen zuivering vermeden wordt.

C. Een belangrijk punt bij de constructie van zandfilters maakt de dikte der te nemen laag zand uit. Evenwel wordt dit meestal van zeer weinig belang geacht, daar men het reinigend vermogen der filters geheel toeschrijft aan de sliblaag, die zich op de oppervlakte van het zand afzet. Volkomen juist is dit niet, daar men bij te geringe afmetingen niet op eene volkomen reiniging van het water kan staat maken. Verschillende uitkomsten hebben dit overtuigend bewezen. Te' Zürich heeft men geconstateerd dat het filterbed, hetwelk bij zekere afmetingen tot zeer goede resultaten leidde, onvoldoende bleek wanneer de dikte der zandlaag op 0.25 M. werd teruggebracht. Hetzelfde werd bij verschillende proeven te Altona gevonden.

Door toch de afmetingen van de zandlaag niet te klein te nemen, biedt zij vooreerst een goed steunvlak aan de sliblaag en daarenboven wordt het water genoodzaakt een langeren weg te doorloopen.

De invloed van de sliblaag is zeer groot en door verschillende proeven door Frünkle en Piefke genomen, werd ten duidelijkste bewezen, dat bij hare afwezigheid, de zuivering van het water onvoldoende zoude wezen. Zij schrijven aan de sliblaag zulk een gewicht toe, dat volgens hun oordeel het ten zeerste aanbeveling verdient, om wanneer een filter na reiniging weder in werking wordt gesteld, het water hierop een twaalftal uren te laten verwijlen, om het daarna met zeer kleine snelheid te laten afvloeien.

Slib of zand alleen leidt tot bevredigende resultaten, maar gecombineerd is de uitslag beslissend zooals door Reinsch is aangetoond.

Het filter, waarmede hij zijne proeven nam, was van dezelfde constructie als die te Altona in gebruik zijn. De zijmuren, opgetrokken in cement, bevatten 8 openingen waarin tinnen buizen gestoken waren, die ongeveer 0.30 M. in de zandlaag staken en op verschillende hoogten waren aangebracht.

Nevenstaande tabel geeft een overzicht van de verkregen uitkomsten.

Buis n° 7 was geplaatst ter hoogte van de scheiding van de zand- en grindlaag.

Buis n°. 8 in een bed van schelpen. •

Bovenstaande gegevens bevestigen volkomen de meening, dat de sliblaag niet alleen alle microben opneemt.

Op 12 Juli is het filter vernieuwd, door een laag zand ter dikte van 0.03 M. te verwijderen. De afwezigheid van de sliblaag doet zich dan ook direct gevoelen, daar de zuivering van het water van 12—17 Juli niet zoo volkomen als gewoonlijk is geweest.

D. Volgens verschillende onderzoekingen is gebleken, dat een filterbed van zeer lange duurzaamheid kan wezen. Doch men