is toegevoegd aan je favorieten.

Tijdschrift voor Neerland's Indië jrg 16, 1887 (1e deel) [volgno 3]

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

118

„Deze cijfers zijn, naar het voorkomt, welsprekender dan het meest klemmend betoog. Zij maken het duidelijk welk eene alles overwegende plaats de suikerindustrie inneemt „in de oeconomische verhoudingen en toestanden van Java," en wat er van Java's handelsverkeer worden moet bijaldien de suiker, die tengevolge van haar volumen juist voor de scheepvaart van eene zoo overgroote beteekenis is, eenmaal als uitvoerartikel mocht wegvallen.

„In dat geval, het kan hier geen twijfel lijden, staat een algemeene achteruitgang te duchten, die het volstrekt onmogelijk maken moet om de huishouding van Staat te blijven voeren op den voet, waarop zij nu eenmaal is geschoeid, want dat er niet aan te denken valt om de cultuur van het suikerriet te vervangen door eene andere cultuur, die aan de bevolking en aan den Staat eenigermate gelijke voordeelen kan opleveren, wordt thans ook in 's Ministers memorie van toelichting volmondig erkend.

„Toch ontbreekt het hier zelfs niet aan tegenstanders, die op de meest lichtvaardige wijze over het voortbestaan der suikerindustrie oordeelen. Het moge waar zijn, dus redeneeren sommigen, dat het wegvallen van de 25 a 30 millioen gulden, die de bevolking door den ondergang der suikerindustrie zou derven, haar in den eersten tijd een knak zal geven; maar zij zal er zich spoedig genoeg weer van herstellen, want die p. m 30 millioen gulden maken slechts het één twintigste deel uit van hetgeen de 20 millioen zielen op Java noodig hebben om te leven. Anderen beroepen zich op het voorbeeld van de residentie Rembang, waar de ondergang van de cultuur van tabak als stapelartikel voor de Europeesche markt geenszins

van 80 centen per kilogram aangenomen, tegen slechts 50 centen in de jaren 1881, 1882 en 1884. De uitgevoerde hoeveelheden waren: in 1881 25.507.172 kilogram.

1882 22.659.099

1883 31.390.433 1SS4 24.400.165

8

I.