Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

49e JAARGANG NUMMER 47

DE INGENIEUR

B. BOUW- EN WATERBOUWKUNDE 18.

23 NOV. 1934 B. 213

ÏNHOUD: Bodemen van groot formaat, ^^^^^^ Yn ER DuitXana

afvoerkanalen door ir. H. Kkssknkk.

Bodemgolven van groot formaat, geregistreerd met een echo-toestel

door

ir. JOH. VAN VEEN.

Verband tussehen bodemvorm, bodemmateriaal enstroomgebruikte echomethode.

menige mnuioiai

De vormen onzer rivier- en zeebodems hangen af van de materialen, waaruit zij bestaan en ook van den stroom, welke erover trekt. Kiezel-, klei- of veenbodems bezitten veelal andere vormen dan zandbodems en vooral in deze laatste kan de stroom op merkwaardige wijze zijn merkteekenen drukken. , ,

Zand is ten onzent verre overheerschend boven andere materialen. Wordt op een bepaalde plaats meer zand weggevoerd dan aangevoerd, dan spreekt men van uitschuring wordt daarbij een weerstandbiedende laag van kiezel, klei of veen blootgelegd, dan spreekt men van schoonspoeling.

Is de aanvoer van zand op een bepaalde plaats ongeveer gelijk aan den afvoer en is er dan voldoende zand aanwezig om geen schoongespoelde plekken op den bodem te krijgen dan ontstaan vaak fraaie, regelmatige zandgolven welke ongeveer loodrecht op de stroomrichting staan Brj onvoldoende hoeveelheden zand, dus bij aanwezigheid van veel schoongespoelde plekken, ontstaan andere karakteristieke stroomvormen, waarop hier niet verder zal worden ingegaan.

Voorbeelden van betrekkelijk regelmatige zandgolven vindt men op zeer veel plaatsen. In den benedenmond van de Lek (fig. 1) komen b.v. golven voor van 1 a l /2m hoogte met een golflengte van ongeveer 25 m. Zij zijn vrijwel gelijkvormig, n.1. met spitse dalen en tamelijk stompe toppen en met één steile en één minder stede zijde. De steile zijde is stroomafwaarts gericht.

In verhouding tot de voor de scheepvaart beschikbare diepte is deze golfhoogte dus belangrijk. Ook voor den afvoer van water en zand moet deze rhythmische bodem van zekeren invloed zijn.

Het is aan de zich snel ontwikkelende radiotechniek te danken, dat wij thans in staat zijn deze bodemvormen

beter te leeren kennen dan voorheen het geval was. Met de aloude methode van peilen met stok of loodlijn was het een toeval, indien men het hoogste punt eener bodemgolf vond en dikwijls bleef men geheel onkundig van het bestaan van dergelijke golven. Hoogstens vond men in eenigszins diep water bij nauwkeurig peilen een „ongehjken

bodem. ...

Voor de scheepvaart zijn juist deze toppen, welke bij het gewone peilen zoo lastig te vinden zijn, van veel beteekenis en er zijn voorvallen bekend, dat een op de kaart aangegeven ondiepte later niet weder gevonden werd en van de kaart werd verwijderd - totdat een stranding van een schip de ondiepte weder aantoonde. Beschouwt men b v fig. 2, voorstellende de registratie van de resten van eèn oude zeewering bij Texel, dan is het duidelijk hoe moeilijk het kan zijn de hoogste punten te vinden met een peilstok.

De hier gereproduceerde registreeringen werden verkregen met een in Mei van dit jaar aangeschaft toestel, waarmede van 0 tot 70 m diepte gepeild kan worden en dat geleverd werd door de firma Henry Hughes Fenchurchstreet 59 te Londen. Het is het z.g. „Bntish Admiralty system" (shallow water gear), waarvan de werking m 't kort als volgt kan worden beschreven (fig. 3).

Ben mechanische trilling van slechts enkele golven

en een periode van ^ sec. wordt gericht (onder een

spreidingshoek van 15°) naar beneden gezonden en komt

na een tijd t = ^ sec. terug (d is de diepte, 1450 m is

de voortplantingssnelheid ongeveer). Is de diepte dus 14%

m, dan is de echotijd t = ^ sec, is de diepte 1 m, dan is

* - — sec, enz. Zoowel de tijd van uitzending als die 725

Fig. 1 Bodemgolven in den benedenmond van de Lek.

Sluiten