Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

392

DE VRIJDAGAVOND

DE VRIJDAGAVOND

393

dan het voorgaande...." De marteling is dus nog grooter.

Het „knischen". Hierbij wordt met een stomp voorwerp op den schedel van het dier geslagen. Wordt de slag goed toegebracht, dan volgt bewusteloosheid. Maar, zegt de bovengenoemde schrijver letterlijk: „Meestal ontbreekt er veel aan door ongeoefendheid, „slordigheid en onverschilligheid...." Hij noemt dit: „walgelijke mishandeling" (cursiveering van Harrevelt).

Dan beschrijft Harrevelt de schietmaskers, waarbij óf een kogel öf een pen in de hersens van het dier gedreven wordt. Natuurlijk, geschiedt dit naar den eisch, dan is het dier bewusteloos. Maar, zegt de schrijver letterlijk: „maar het (apparaat) is gevaarlijk voor de „omstanders, daar het reeds meermalen

het dier — dit doet volstrekt geen pijn — en trok door middel van een takel over twee houten schijven het dier op. Als hij twee, hoogstens vier keer getrokken had, lag het beest op den grond. Het legde zich langzaam neer en van pijn of mishandeling is dan ook absoluut geen sprake. Anders wordt de zaak in een abattoir. Daar slachten arbeiders in uurloon of stukwerk, daar gebruiken ze niet den ouderwetschen takel, maar een z.g. „amerikaansche". Deze takel — ook wel „lier" of „winde" genoemd — loopt veel te lui. Men moet herhaalde keeren draaien, de kettingen rammelen (een dorpsslager neemt touwen, deze zijn geluidloos); het dier, vooral een jong, wordt schichtig, maakt caprioles, de gezellen zijn soms ruw, en het i\an (wij zeggen het i\an) gebeuren, dat het dier met

De Joodsche schilderes Mirjam R. Jacobson, aan den arbeid tijdens een roeitocht.

„gebeurd is, dat de kogel, na in den schedel „gedrongen te zijn, dezen weer verliet in een „niet van te voren te bepalen richting, en „daarbij menschen verwondde, zelfs doodde." Maar hoe dan ook, elk dier wordt geslacht, d.w.z. den hals afgesneden, ook de dieren voor niet-Joden bestemd. Is nu de Sjechieta een dierenkwelling? We zullen zien. Het dier wordt dus levend geslacht nadat het vooraf gebonden en op den grond, respectievelijk op een schraag, gelegd is. Nu kan het neerleggen op den grond ruw geschieden, maar het is volstrekt niet noodig. De Joodsche wet verbiedt dierenmishandeling, óók zedelijke kwellingen: zie b.v. Exodus 23, vers 4 en 5.

Leviticus 22, vers 2bb, 25. 7; Deutonomium 22, vers 1 en vervolgens ook in de Tien Geboden (Exodus 20. 10 en Deutr. 4. 15) staat duidelijk, dat óók het vee moet rusten tijdens den Sabbath. Lees ook vooral Deutr. 25.4. Maar er is verschil. Vroeger, en in dorpen nu nog, slachtte de slager zélf. Hij bond

een smak op den grond valt en zich somtijds bezeert. Op verschillende manieren heeft men getracht dit te voorkomen. B.v. men heeft leemen vloeren gebruikt, matrassen, rubber vloeren, maar het bloed maakt alles steenhard. In „De Vrijdagavond" (IV, p. 792 v.v.) kon men lezen, dat een zekere Weinberg te Londen een soort vat heeft geconstrueerd, waar het te slachten dier ingeleid werd. Door een handel draaide die ton om, en het dier lag op zijn rug, klaar voor de halssnede. Of men 't invoeren zal?

In den Iaatsten tijd is de vraag opgekomen, of het volgens de Joodsche wet geoorloofd zou zijn een slachtdier, vóór men de halssnede toebrengt, electrisch te bedwelmen. In de vergadering van Nederlandsche Opperrabbijnen heeft men er over gedelibereerd, maar tot nu toe is niets gepubliceerd. Wij meenen in buitenlandsche Joodsche bladen gelezen te hebben, dat de Rabbijnen in Duitschland, die ook deze zaak besproken hebben, er niet onverdeeld vóór zouden zijn.

STEUNZOLEN

SYST. PROF. HOFFA/ | (

MAAR MAAT' _) \ Fa J.A.MASSIMG comm.vemm.

O.Z.VOORBURGWAL 334 Amsterdam Vo HET BINNENGASTHUIS

MIJ. OLANDA AUTOMOBIELEN

LANGESTRAAT 118-122 — HILVERSUM — TELEF. 182

ITALA — AMILCAR

Opperrabbijn (thans Rector) Wagenaar, tegen den anti-Sjechietaman, kapitein-paardenarts Quadekker te Nijmegen, in welke brochure aangetoond wordt dat deskundigen hebben uitgemaakt dat het geslachte dier onmiddellijk

Dus afwachten. Maar in ieder geval kan men op abattoirs voor het neerleggen der dieren de ouderwetsche boerentakels invoeren. Dit brengt geen kosten mee, alleen een beetje werk en last, maar dat moet men er voor over hebben om onze vijanden hun wapen uit de hand te slaan. Een ander wapen hebben ze niet, want dat de halssnede, zooals wij Sjochetiem haar toepassen, dierenkwelling is, is ten eenenmale uitgesloten.

Men leze de brochure van den toenmaligen

bewusteloos wordt, omdat de hersenen bloedledig worden.

En wat bovendien nog meer daarin te lezen is! En hoe tal van wetenschappelijke mannen van naam zich beslist vóór de Sjechieta verklaard hebben. En dat de niet-koosjer geslachte dieren sneller dood zouden zijn dan de koosjergeslachte....

Wij hebben ons tallooze malen expresselijk ervan overtuigd, dat dit een sprookje is. Integendeel. Hoe dikwijls vragen christen¬

slagers ons niet,

of wij hun dieren koosjer willen slachten. Het bloed loopt

er beter uit zeggen ze en 't vleesch kan langer duren en is smakelijker!

Neen, de agitatie tegen de Sjechieta is antisemitisme, rassen- of godsdiensthaat. Ze mist eiken redelijken ondergrond. En ze zou in de kiem gesmoord worden, als wij Joden zelf respect voor de Sjechieta hadden. Ze zou dan niet, zooals vroeger in Saksen en Zwitserland, en nu onlangs weer in Zweden, van overheidswege verboden zijn geworden. Maar zeer veel Joden geven er niet om. Ook uit onkunde. En wat we zelf eerbiedigen, respecteert een ander ook. Aan de besnijdenis, welke wij zelf respecteeren, heeft nog zelden iemand getornd, durven tornen. Dus Joden en vooral Jodinnen houdt uw keuken koosjer! Let op U saeck!

recht helpen, hoe u het werk van Mej. Jacobson kunt krijgen. U belt eenvoudig het Nederlandsen Israëlietisch Armbestuur op en vraagt om een busje. U hebt dit busje natuurlijk wel eens bij familieleden of bij kennissen gezien. Een gebronsd koperen doosje, met aan één zijde plaats voor speelkaarten en aan de andere zijde gelegenheid om uw winst ten behoeve van het Armbestuur af te staan. De reliëfs op dit busje zijn door Mej. Jacobson vervaardigd en stellen voor een zieke, die door een zuster gelaafd wordt, terwijl de andere zijde twee oudjes, verpleegden van het Oude Mannen- en Vrouwenhuis, laat zien. Had ik geen gelijk, toen ik zei, dat iedere Amsterdamsche Jood gaarne het werk van Mej. Jacobson in huis heeft?

Nu laat het Armbestuur een sluitzegel voor

De voor eenigen tijd afgebrande molen tegenover het Kalfje.

Ets van Mirjam R. Jacobson.

DE SCHILDERES MIRJAM R. JACOBSON

door Joseph Gompers, Amsterdam.

Indien één Joodsche kunstenares bij het Amsterdamsch-Joodsch publiek bekend moet zijn. dan is het zeker Mej. Mirjam Jacobson. Immers van deze schilderes heeft ieder Amsterdamsche Jood werk in huis. Althans behoort hij het in huis te hebben. Ik zie mijn lezers verontwaardigd het hoofd opheffen en de wenkbrauwen fronsen. Stel u gerust, lezer. Om werk van deze kunstenares in huis te hebben, behoeft u niet een groote som gelds te betalen. U kunt het voor niets krijgen. Ofschoon u daarmede een zekere verplichting op u neemt. Wat zegt u? U gevoelt niets voor nieuwe verplichtingen? En U hebt ook geen plaats voor nieuwe kunstwerken? Och, laat ik u even te-

propagandistische doeleinden vervaardigen naar een der schilderijen, welke Mej. Jacobson in het Oude Mannen- en Vrouwenhuis gemaakt heeft.

En in verband met dit werk is het, dat ik m dit blad iets ga mededeelen over deze kunstenares, die genoeg idealiste is om een groot deel van haar kunst in dienst te stellen van hen, die lijden en in nood verkeeren.

Co

uture

Robes A^anteaux

Hoel

ourrures

en

2e Weteringplantsoen 7 Amsterdam Tel. 36151

Sluiten