Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nègres.

dan een vaste geloofsbelijdenis — heeft medegedeeld, incarneert de kunstenaar, naar zijn oordeel, een droom van een mooier en harmonischer leven. Hij mag daarom geen leelijke dingen schilderen, geen lompen, geen ruïnes, geen Christus-aan-hetkruis. De schilder moet alles vermooien. „De kunst in een beeld begint, waar natuur en rede eindigen. Zoodra een vrouw zich 'n tikje poedert, begint de schilderkunst en is er een artist." Een opvatting, rechtlijnig tegenover die van het christendom en zijn moderne uitvloeiselen als van Gogh en Rodin, die juist het mooie, d. w. z. het karaktervolle in het leelijke en onaanzienlijke willen zien. Inplaats daarvan droomt van Dongen van vergane groote stijltijdperken, van het vervlogen Indië, China en Egypte, in vergelijking waarmede Europa, dat nog maar zoo'n kortstondig verleden heeft, z. i. een poover figuur maakt. . . .

In de laatste jaren is van Dongen meer en meer tot de groot wereldsche portretten overgegaan. Overal herkent men hetzelfde type: smalle, langgerekte vrouw, de beenen en hun minuscule verlengsels verrukkelijk van omlijning, het kleine hoofd op den te hoogen hals, de lippen anjerrood, de uitdrukkingsloze oogen groot en donker omrand, de fijnvingerige handen verlicht door een flikkering van ringen, die mat weerglanst in de gepolijste nagels. De bijgaande afbeeldingen geven helaas in het geheel geen beeld van de kleurpracht van het origineel. De Indische prinses draagt een zilverkleed tegen de violette leuningbekleeding, die uitkomt op het donkerblauwe fond; zilveren is ook de slanke figuur uit „le chien bleu" tegen den zwarten achtergrond, waaruit de blauwe hazewind spookachtig opdoemt. Aristocratisch is de combinatie van het teere-rose der zilver-

getulbande Eve Francis met den gelijk-sterken lichtgrijzen achterwand, waartegen de sterke gitzwarte accenten der lakschoentjes pittig uitkomen. Opvallend koen is het middelste portret van de inzending ter „Salon de la Nationale", met het neer-sneeuwende kantwerk op de blauwgrijze japon, omlijst door den bruin-ombonten zwarten mantel; geestig zijn de katten van de coquette, cigaretten-rookende Parijsche actrice ernaast. Door dergelijke portretten heeft van Dongen zich naam gemaakt in de groote wereld. Zijn Eve Francis is zoo melodieus-behaaglijk, dat er geen mondaine is, die zich niet "door onzen landgenoot zou willen laten 'schilderen.

De kunstenaar is dan ook overkropt met ''portretbestellingen. Eenige vooruitstrevende critici zien niet zonder spijt, dat de eertijds beruchte „fauve" (wilde) zoo spoedig ge'temd is en zelfs in den conservatieven (nationalen salon is opgenomen en zij ^zijn bang, dat hij tot den rang van een gewoon modeschilder

189

in den geest van Boldini of de la Gandara zal afdalen. Ook de| schilder-hartstocht en de ontdekkingslust van van Dongen zijn er borg voor, dat hij zich nooit tot een lager, uitsluitend lucratief genre zal beperken. Men behoeft slechts zijn allerlaatste werk te bekijken, de negerbootwerkers uit le Havre, het ruige berenportret van den Franschen bolsjewiek Rappoport, om in te zien, dat de schilder zich nog steeds energisch een weg baant door onontgonnen gebied. Behalve de portretten (ook die van intellectueelen en kinderen) vallen de grandiose, vlakdecoratieve bloemenstillevens in het oog. Geheel op zich zelf staande landschappen. Met enkele verfstrepen zijn de omtrekken aangegeven;

Portret Mr. Kahnweile

zie zijn ruiters in het bosch, de verschillende aspecten van 1'Avenue du Bois, de Ezeltjes op het Marokkaansche strand, vereenvoudigd en toch volledig als gepenseeld op oud-Chineesch porcelein. . . . De groote decorative kracht en het instinctieve kleurgevoel moesten den schilder van zelf verleiden om tot grooter dimensie's over te gaan dan het schilderij en zich te wenden tot het interieur. Van Dongen is, te midden van het hierin zoo arme Frankrijk, dan ook een eersterangsinterieurartist, waarvan zijn eigen huis, prachtig gelegen bij den vorstelijken ingang van het Bois, het best kan getuigen. Na een kleine, sierlijk-verluchte „hall", komt men in een laag en lang vertrek. In de wanden overheerscht een prachtcombinatie van donkerblauw en paars, onderbroken door sterk gekleurde decoratieve paneelen, de zwart fluweelen gordijnen zijn met gouden

La Maharanee.

I' Espagnole.

Sluiten