Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE TRAGEDIE DER VERGISSINGEN

(EEN ANTWOORD AAN J. VAN GELDEREN) DOOR S. DE WOLFF

Je weniger einer (von Mathematik) versteht, desto mehr Mühe hat man mit ihm!

(Uit een brief d.d. 13 October 1597 van Joh. Kepler aan Galileï.)

I.

Inleiding.

DE tragedie der vergissingen! Of is het een klucht geweest — en als zoodanig ook bedoeld — die verpletterende critiek, welke Van Gelderen op mijn boek Het Economisch Getij heeft uit* gebracht?

En behoef ik, nadat Van Gelderen in vier lange artikelen nagenoeg geen regel van mijn boek schijnbaar heeft heel gelaten, evenmin als Aegeon in de werkelijke Comedy of Errors voor het doodvonnis be* ducht te zijn en heb ik, omdat het stuk nu eenmaal een begin moet hebben, mij slechts schijnbaar angstig tot het publiek te wenden en als hij te spreken:

„Spreek het vonnis uit, Solonius en de dood, Het eind van alles, eind'ge ook mijn nood!"

Neen lezer, hoeveel plaatsen ook in Van Gelderen's polemiek mogen voorkomen, welke sterk den indruk vestigen, dat zijn critiek niet ern* stig kan bedoeld zijn — en op vele van die passages zal ik niet nalaten Uwe aandacht te vestigen — de critiek is bloedig ernstig bedoeld, het is niet de klucht, maar de tragedie der vergissingen.

Van Gelderen's artikelen zitten echter toch van den aanvang af vol komisch*tragische tegenstellingen.

Mijn boek is volgens mijn criticus „scherpzinnig en oorspronkelijk, gedragen door een warmen stroom van wetenschappelijken harts* tocht". (Blz. 562.)

En waarin bestaat nu mijn scherpzinnigheid en oorspronkelijkheid? De „critische" lezer, waarop Van Gelderen zelf in zijn artikelen een beroep doet, zal vinden, dat mijne „scherpzinnigheid en oorspronke* lijkheid" zich aldus uit:

„In plaats van het logische argument treedt in verschillende passages de overrom* pelende suggestieve bewering." (blz. 564.)

617

Sluiten