is toegevoegd aan je favorieten.

De Vlaamsche gids; algemeen tweemaandelijksch tijdschrift, jrg 8, 1912, 1912

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Schopenhauer had deze wereldbeschouwing afgekondigd tien jaar vóór dat de heilige boeken van Indië door vertaling in Europa bekend werden. Welke groote vreugde moest hij ondervinden, toen hij vaststelde dat zijn strekking gansch overeenkwam met de kern van het Boedhisme, de leer welke een paar duizend jaar over Azië heeft gestraald!

Wat leert Boedha?

Alles is lijden, zegt hij : ontstaan, worden en vergaan.

De oorzaak daarvan is de « dorst », de dorst die ons aan het leven verbindt, de dorst naar het zijn.

Wat is deze « dorst» anders dan Schopenhauers « wil»? Deze « dorst» deze « gehechtheid » aan het leven in al zijn vormen laat ons steeds hunker, doet ons steeds gewaar worden dat we iets missen, dat we gebonden liggen, dat alles ons lijden doet. Deze wereld van de beperktheid, deze wereld van de gehechtheid, deze wereld van den wil, noemen zij a Sansara. »

Doch dit « lijden » kan worden opgeheven, men kan er van verlost worden, bevrijd.

Er bestaat een weg tot opheffing van het lijden. En deze weg begint met het * goede inzicht. »

Hij die van het lijden bevrijd wil worden, moet in de eerste plaats « erkennen «; hij moet erkennen dat alles lijden is. Dus zijn geest, zijn intellect, moet het inzicht verkrijgen in het wezen van de wereld : ’t is te zeggen dat zijn intellect zelfstandig moet gaan denken, dat de nevelen van den waan door het licht van zijn gedachten moeten doorstraald worden.

Daar zit de kern. Eens dat « goede inzicht », deze gedachtenbevrijding verworven, kan hij vooruit op het achtvoudig pad dat de weg is tot opheffing van het lijden : goed inzien, goed bedoelen, goed spreken, goed handelen, goed leven, goed streven, goed gedenken, goed bespiegelen, kortom een reeks van intellectueele oefeningen, waarbij alles berekend is om alle vormen van « gehechtheid » tot een minimum terug te brengen, door de vrije bespiegeling van de gedachte tot een maximum uit te zetten in het bestaan.

Degene wiens zinnelijk leven tot een minimum is teruggebracht, waar het, geheel onderworpen aan de wetten van den geest, nog alleen