is toegevoegd aan je favorieten.

De Vlaamsche gids; algemeen tweemaandelijksch tijdschrift, jrg 10, 1914-1920, 1914

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aldra en hij stopte een versche pijp en ging bij ’t duivekot zitten rocken, 't Korte steel-eindje wipte gedurig overendweer met ’t smekzuigen van zijn lippen. De assche poeierde en bevuilde zijn vest en broek. Als hij een gesnerk hoorde, duwde hij den tabak vast met zijn vingers, die groezelig gewerden, en wannneer ze leeg was, vulde hij ze vanher, ’t Was de eenige doening die hem aftrok van ’t geroer daarbinnen.

De sluikerige dag verschemerde ’t kot en den zolder al tot donkerte, als hij moeder hoorde inkomen.

Ze zijn hier ! tierde ze.

Hij kwam met den slag overeind, riep gedempt ja aan ’t trapgat, en dan schuifelde hij een spanne tot de duiven weer binnen kwamen gevlogen, zag ze elk hun plaatske of weerga zoeken, telde en hertelde, tot hij ze allemaal zitten wist. Hij haalde de koord bij van ’t valdeurke, zoodat ze weer gevangen zaten voor den nacht en liep haastig zijn kramellen bekijken.

Ze lagen daar uitgeschud op tafel, een heuvel smetteloos-witte blokjes, fijntjes gesnuisterd elk in een papieren hulseltje, en talloos : een hoop nauwelijks te overgrijpen met zijn armen! Hij stond er van onthutst en was blij dat er zooveel waren.

Als ik dat allemaal kwijt geraak 1

’k Geloof het, spotgromde moeder achteraan, en ze droogde en warmde aldoor heur verrunselde handen, de winkelmeid zag ook verwonderd ! Onverhoeds toch kipte ze een klompje uit den hoop, smuigde ’t vlugge binnen en sabbelde ’t lang met heur tandloozen mond binst ze voortzanikte.

’t Is al dinsdag, zulle jongen, de centen zijn op en ’k schat dat we zelf de grondige week zullen kramellen zuigen !

Hij wiesch zijn gezichte, kamde zijn haren voor ’t spiegeltje, liet ze maar aanzeuren, ’t Taande wel ietwat zijn opgetogenheid : er waren er wat veel, hij moest het bekennen, maar stilaan het in hem kwam waar hij overal gaan zou, de