is toegevoegd aan je favorieten.

De Vlaamsche gids; algemeen tweemaandelijksch tijdschrift, jrg 10, 1914-1920, 1914

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Sonnettentrits.

I.

Gij waart op ’t voetpad vóór mij blijven staan...

De fulpen rozen gloeiden op uw wangen...

Gij waart als eene hinde ; schuw, bevangen,

En toch, gij loegt mij met vertrouwen aan...

Ik was zoo lang gebleven uit uw baan.

Dat ik tenauwernood u nog herkende...

Zoodra uw hindenoog aan mij gewende,

Begreept gij dat wij samen zouden gaan

Het leven d00r... Gij zijt tot mij gekomen

En hebt uw schuchter hoofdje zonder schromen

Aan mijne borst gevleid... Mijn harte sloeg :

Ik had u zonder zoeken weergevonden :

Mijn kinderliefje, gaaf en ongeschonden.

Dat nu vol maagdenmin mij tegenloeg.