is toegevoegd aan je favorieten.

De Vlaamsche gids; algemeen tweemaandelijksch tijdschrift, jrg 11, 1922-1923, 1922

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Al bewondert men de koloniale bijdragen van de beste vooroorlogsche schrijvers, toch mag men zeggen dat wij tot 1921 hebben moeten wachten om in onze exotische literatuur eenen roman te zien verschijnen met de psychologische hoedanigheden, die de boeken van eenen Loti of eenen Farrère kenschetsen. Door, bij zijn eersten wedstrijd, «Le Feu dans la Brousse,» van Herman Grégoire, te bekronen, heeft het tijdschrift «La Renaissance d’Occident» een Belgischen schrijver, met een ten onzent tamelijk zeldzaam temperament, bekend gemaakt. Zooals Georges Eekhoud het heeft doen opmerken, «schrijft Herman Grégoire aan zijne personages de reflexen van zijne eigen gevoeligheid toe. Den invloed,dien het klimaat, de luchtspiegelingen en de verschijnselen van Afrika op hem zelf uitoefenden, laat hij ook de inwijkelingen en de' inboorlingen, die zijn boek stoffeeren, ondergaan. Zeldzame hoedanigheid: onze dichter-romanschrijver munt in de concentratie uit, geeft aan zijne stof om zoo te zeggen een geestelijken zin en legt er nog meer atmosfeer dan landschap in. Daaruit volgt dat het uitzicht aan de zielsgesteldheid opgeofferd wordt en dat, zoo de intrigue weinig ingewikkeld is, de karakters het veel meer zijn. Het subtiele en grillige der psychologische verschijnselen wedijvert zelfs met de huizen en het plotseling omloopen van den wind.» Daaruit vloeien ook de gebreken voort, die men aan den hoofdpersoon kan verwijten, welke zich, in zijne toepassingen, door zijn humeur laat leiden. Het is te vreezen dat dit soms zijn kijk op wezens en dingen vervalscht. Zijn oordeel, ontdaan van de klassificatiën die de vooroordeelen aan de gewone menschen opdringen, herstelt nochtans het juiste evenwicht. Hij begrijpt het leven in de wezens die hem omringen. «Aan gebreken of deugden laat hij zich niet gelegen, maar wel aan de levensbeteekenis, en, in de uren, waarin hij scherper, vinniger is, aan het levensbestaan van degenen die hij in zijnen kring opneemt. De dankbaarheid van hen aan wie hij diensten bewees komt meer voort van hetgeen hij hun ontnam dan van den steun of de gehechtheid die hij hun zou kunnen verleenen.» Is Martial het type van een koloniaal zooals men het moet wenschen ? Wij opperen de vraag niet om ze te beantwoorden. Doch het getuigt juist van het talent van Herman Grégoire, dat zijn werk deze vraag doet oprijzen. Meesterlijk heeft hij een type van be-