Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3. Aan boord van alle schepen, waar een verwarmingsinrichting is voorgeschreven, moet de verwarming door middel van stoom, heet water, warme lucht of electriciteit geschieden.

4. Aan boord van elk schip, waarin de verwarming door een kachel plaats vindt, moeten maatregelen zijn genomen, opdat de kachel van voldoende capaciteit is, behoorlijk vastgezet en beveiligd is en de lucht niet wordt verontreinigd.

5. De verwarmingsinrichting moet in staat zijn om in de verblijven van de bemanning de temperatuur bij normale omstandigheden van weer en klimaat, zoals deze in de vastgestelde dienst te verwachten zijn, op bevredigende hoogte te houden. De bevoegde autoriteit moet daartoe de maatstaf voorschrijven.

6. Radiatoren cn andere verwarmingstoestellen moeten zodanig geplaatst en — waar nodig —• beschermd zijn, dat brandgevaar en gevaar of ongemak voor de gebruikers van het verblijf wordt vermeden.

Artikel 9

1. Behoudens bijzondere afwijkingen, die voor passagiersschepen kunnen worden toegestaan, moeten slaap- en eetverblijven behoorlijk door natuurlijke verlichting verlicht zijn en door voldoende kunstlicht kunnen worden verlicht.

2. Alle verblijven van de bemanning moeten behoorlijk zijn verlicht. De natuurlijke verlichting in de woonruimten moet het aan een persoon met normale gezichtsscherpte mogelijk maken op de daarvoor in aanmerking komende plaatsen bij helder weer overdag gewoon drukwerk, bijvoorbeeld een courant, te lezen. Wanneer het onmogelijk is, een behoorlijke natuurlijke verlichting te verschaffen, moet kunstmatige verlichting, die aan bovenstaande eis voldoet, zijn aangebracht.

3. Aan boord van alle schepen moeten electrische verlichtingsmiddelen in de verblijven van de bemanning zijn aangebracht. Wanneer er geen twee onafhankelijke electriciteitsbronnen voor verlichting aanwezig zijn, moeten doeltreffend vervaardigde lampen of andere verlichtingsmiddelen voor noodgevallen zijn aangebracht.

4. De kunstmatige verlichting moet zo zijn aangebracht, dat zij zoveel mogelijk aan de gebruikers van het verblijf ten goede komt.

5. In slaapverblijven moet een electrische leeslamp aan het hoofdeinde van elke slaapplaats zijn aangebracht.

Artikel 10

1. De slaapverblijven moeten boven de lastlijn midscheeps of achteruit zijn gelegen.

2. In bijzondere gevallen mag de bevoegde autoriteit als de grootte, het type of de beoogde dienst van het schip een andere ligging onredelijk of praktisch onmogelijk doet zijn, toestaan dat de slaapplaatsen vooruit zijn gelegen, maar nimmer voor het aanvaringsschot.

Sluiten