Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In een afzonderlijk advies bepleit het lid van genoemde Afdeling, Prof. Dr. G. A. van Poelje, goedkeuring van het plan en de daarbij behorende bebouwingsvoorschriften in hun geheel, dus met inbegrip van artikel 27 dier voorschriften, luidende:

„1. Burgemeester en Wethouders zijn, onverminderd hun hierboven omschreven afwijkingsbevoegdheden, bevoegd voor terreinen, welke in eigendom aan de gemeente ’s-Gravenhage toebehoren, na voorafgaande toestemming van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland:

hetzij ten behoeve van de toepassing van een andere verkavelingswijze, welke wenselijk is met het oog op het te bouwen woningtype, hetzij in het belang van een aesthetisch of technisch beter verantwoorde plaatsing van woningblokken of bijzondere of openbare gebouwen, hetzij ter tegemoetkoming aan bij de uitwerking en uitvoering van het plan nader blijkende behoeften aan openbare of bijzondere gebouwen, winkels, werkplaatsen, garages of andere buurtvoorzieningen,

. af te wijken of afwijking toe te staan van bestemmingen en rooilijnen.

2. De toestemming van het College van Gedeputeerde Staten wordt niet gevraagd, dan nadat belanghebbenden in de gelegenheid zijn gesteld schriftelijk hun bezwaren tegen de overeenkomstig het eerste lid van dit artikel voorgenomen afwijkingen aan Burgemeester en Wethouders kenbaar te maken. Ingekomen bezwaarschriften worden door Burgemeester en Wethouders aan het College van Gedeputeerde Staten overgelegd.”

Ook mij leek zodanige volledige goedkeuring verantwoord. Met de Afdeling gepleegd overleg heeft op dit punt niet tot wijziging van haar ontwerp-besluit geleid. Wel heeft die Afdeling, ter tegemoetkoming aan een door mij gemaakte opmerking aangaande enige door de PIoofdingenieur-Directeur van de Wederopbouw en de Volkshuisvesting in diens rapport geopperde bedenkingen, de zinsnede in het ontwerp, volgens welke „ook bij Ons tegen het plan zelve geen bezwaren bestaan”, vervangen door de overweging „dat, hoewel uit economisch oogpunt dit plan niet geheel zonder bedenkingen zou kunnen zijn, zodat tot een nader onderzoek te dezen aanleiding zou kunnen bestaan, hierin geen voldoende aanleiding gevonden wordt goedkeuring aan dit plan te onthouden, nu enerzijds van daadwerkelijke bezwaren nog niet is gebleken en anderzijds het opschorten van de beslissing omtrent de goedkeuring practische moeilijkheden mede zal brengen, mede gelet op het feit, dat de uitvoering van het plan door de gemeente ’s-Gravenhage reeds in een vergevorderd stadium verkeert.”

Ten aanzien van voormeld artikel 27 had ik het navolgende aan de Afdeling bericht:

„Uw bezwaar tegen artikel 27 der bebouwingsvoorschriften houdt, naar het mij voorkomt, geen rekening met de, in dat artikel gegeven, omschrijving van drie groepen gevallen — ieder ingeleid met „hetzij”

Sluiten