Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

STAATSBLAD

VAN HET

KONINKRIJK DER NEDERLANDEN

BESLUIT van 21 December 1951, houdende verlenging machtiging ingevolge artikel 33 van de Wet van 14 September 1866, Stb. 138 (Inkwartieringswet).

Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Op de voordracht van Onze Ministers van Oorlog en van Binnenlandse Zaken van 4 December 1951, Directoraat Administratieve Diensten, Afdeling B 1, Bureau A. nr. 380.244 B en van 17 December 1951, No. 10492 Afdeling Openbare Orde en Veiligheid, Algemene en Juridische Zaken;

Overwegende, dat nog steeds — ook na de bevrijding — oorlogsgevaar in de zin, waarin dat woord in ’s lands wetten voorkomt, aanwezig is;

dat het noodzakelijk is, de machtiging, verleend bij het Koninklijk Besluit van 4 Maart 1946, Staatsblad G 56, laatstelijk gewijzigd bij Ons besluit van 23 December 1950, Staatsblad K 645, na 31 December 1951 te bestendigen;

Gelet op artikel 33 van de Wet van 14 September 1866, Staatsblad 138, en op het Koninklijk Besluit van 10 April 1939, Staatsblad 181;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Enig artikel

In artikel 3 van het Koninklijk Besluit van 4 Maart 1946, Staatsblad G 56, zoals dit laatstelijk is gewijzigd bij Ons besluit van 23 December 1950, Staatsblad K 645, wordt de datum „31 December 1951” gewijzigd in „31 December 1952”.

Dit besluit, hetwelk in het Staatsblad en in de Staatscourant zal worden geplaatst, treedt in werking met ingang van 1 Januari 1952.

Sluiten