Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

handen hebben, het afleveren, het vervoeren, het gebruiken, het herstellen, het onderhouden en nazien, alsmede het tentoonstellen van gevaarlijke werktuigen en beveiligingsmiddelen.

Adviesinstantie

Artikel 7

Algemene maatregelen van bestuur als bedoeld in de artikelen 1, 2, 3 en 6 worden, uitgezonderd in spoedgevallen, niet vastgesteld dan nadat de daarvoor naar het oordeel van Onze Minister in aanmerking komende belanghebbenden of organisaties van belanghebbenden in de gelegenheid zijn gesteld om te worden gehoord.

Voorschriften bij invoer

Artikel 8

1. Hij, door wie of te wiens behoeve een gevaarlijk werktuig of een beveiligingsmiddel is ingevoerd, is verplicht daarvan onverwijld schriftelijk aangifte te doen bij het bevoegde districtshoofd der Arbeidsinspectie, onder opgave van de plaats, waar het gevaarlijke werktuig, onderscheidenlijk het beveiligingsmiddel zich bevindt, en van de plaats, waarheen het zal worden vervoerd.

2. Hij, door wie of te wiens behoeve een gevaarlijk werktuig of een beveiligingsmiddel is ingevoerd, is, behalve in het geval voorzien in het zesde lid van artikel 4, verplicht, voordat hij dit gevaarlijke werktuig of beveiligingsmiddel aflevert, tentoonstelt of gebruikt, hetzelve, of één of meer het type kenmerkende monsters binnen dertig dagen na ontvangst tot het verrichten van de in artikel 3 bedoelde keuring aan te bieden.

Aangifte

Artikel 9

Bij algemene maatregel van bestuur kan worden voorgeschreven, dat de eigenaar of de houder verplicht is binnen een bepaalde termijn aangifte te doen betreffende bepaalde gevaarlijke werktuigen en beveiligingsmiddelen.

Verbodsbepaling

Artikel 10

1. Het voorhanden hebben, afleveren, gebruiken of tentoonstellen van een gevaarlijk werktuig of een beveiligingsmiddel, ten aanzien waarvan een geldig certificaat van goedkeuring niet kan worden getoond en dat evenmin is voorzien van een geldig merk van goedkeuring, is verboden.

2. Voor zover bij algemene maatregel van bestuur niet anders is bepaald, is het bepaalde in het eerste lid niet van toepassing op het voorhanden hebben en het gebruiken in de huishouding alsmede

Sluiten