Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

STAATSBLAD

VAN HET

KONINKRIJK DER NEDERLANDEN

No. 179

WET van 11 April 1952, houdende vaststelling van het Dertiende Hoofdstuk A der Rijksbegroting voor het dienstjaar 1952. (Unie-Aangelegenheden.)

Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat ingevolge artikel 126 der Grondwet de algemene begrotingen van de uitgaven des Rijks door de wet moeten worden vastgesteld en dat de inrichting dier begrotingen moet geschieden met inachtneming van de bepalingen der Comptabiliteitswet (Staatsblad 1927, no. 259);

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel I

Hoofdstuk XIII A der begroting van uitgaven des Rijks voor het dienstjaar 1952, betreffende Unie-aangelegenheden, wordt vastgesteld

als volgt:

TITEL A. GEWONE DIENST........ƒ 6 148 555 TITEL B. BUITENGEWONE DIENST: I UITGAVEN VAN AFLOPEND KARAKTER..... Nihil n KAPITAALSUITGAVEN.............. Memorie TITEL A. GEWONE DIENST............ ƒ 6 148 555 AFDELINGEN: I HOGE COMMISSARIAAT VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN IN INDONESIË...... 4 041 055 II NEDERLANDS-INDONESISCHE UNIE...... 552 500 III PERSONELE BIJSTAND VAN NEDERLAND AAN DE REPUBLIEK INDONESIË.......... Nihil IV ALGEMENE VOORZIENINGEN TEN BEHOEVE VAN NEDERLANDERS IN INDONESIË..... 1 500 000 V OVERIGE UITGAVEN.............. 55 000

Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal:

Bijl. Hand. II 51/52, 2300; Hand. II 51/52, bladz. 711 t/m 715, 730 t/m 737, 740 t/m 757 en 839 t/m 858;

Bijl. Hand. I 51/52, 2300; Hand. I 51/52, bladz. 575 t/m 597 en 600 ‘/m 617.

Sluiten