Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

STAATSBLAD

VAN HET

KONINKRIJK DER NEDERLANDEN

WET van 23 April 1952, houdende goedkeuring van het Verdrag van Parijs van 27 Juli 1950 betreffende de sociale zekerheid van Rijnvarenden.

WiJ JULTANA, BIJ DE GRATIE GODS, KONINGIN DER NEDERLANDEN, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het vanwege Ons gesloten Verdrag van Parijs van 27 Juli 1950 betreffende de sociale zekerheid van Rijnvarenden, alvorens te kunnen worden bekrachtigd, ingevolge artikel 60, tweede lid, der Grondwet de goedkeuring van de Staten-Generaal behoeft;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Enig artikel

Het vanwege Ons gesloten Verdrag van Parijs van 27 Juli 1950 betreffende de sociale zekerheid van Rijnvarenden, waarvan de tekst in afdruk bij deze wet is gevoegd, wordt goedgekeurd.

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven te Ottawa, 23 April 1952.

JULIANA.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken, A. A. VAN RHIJN.

De Minister van Buitenlandse Zaken, STIKKER.

De Minister van Verkeer en Waterstaat, H. H. WEMMERS.

Uitgegeven de zesde Juni 1952. De Minister van Justitie, H. MULDERIJE.

Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal:

Bijl. Hand. II 51/52, 2389; Hand. II 51/52, bladz. 2102; Bijl. Hand. I 51/52, 2389; Hand. I 51/52, bladz. 692.

Sluiten