is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1952, no. 251-300, 01-01-1952

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

STAATSBLAD

VAN HET

KONINKRIJK DER NEDERLANDEN

WET van 15 Mei 1952, houdende nieuwe regelen ter voorkoming van het veroorzaken van gevaar, schade of hinder door inrichtingen. (Hinderwet.)

Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is nieuwe regelen te stellen ter voorkoming van het veroorzaken van gevaar, schade of hinder door inrichtingen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

HOOFDSTUK i Algemene Bepalingen

Artikel 1

1. Deze wet verstaat onder:

a - Onze Minister: Onze Minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid; b. het districtshoofd: het bevoegde districtshoofd der Arbeidsinspectie;

c. de ambtenaren en officieren: de ambtenaren en officieren aan wie ingevolge het bepaalde in artikel 8, lid 1, een exemplaar of afschrift van het verzoek om vergunning is of zou zijn gezonden;

d. het provinciaal bestuur: de gedeputeerde staten; e. het gemeenbestuur: het college van burgemeester en wethouders.

2. Waar in deze wet wordt gesproken van inrichting wordt daaronder mede begrepen een plaats welke, zonder dat daar enig bouwwerk of getimmerte aanwezig is, wordt gebezigd als werk-, bewaar-, stort-, opslagplaats of iets dergelijks.

Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal: Bijl. Hand. II 50/51, 1972; Bijl. Hand. II 51/52, 1972; Hand. II 51/52, bladz. 1837—1842; Bijl. Hand. I 51/52, 1972; Hand. I 51/52, bladz. 873.