Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vestiging geschiedt in de vorm van vaststelling van de betreffende voorschriften, al dan niet gewijzigd, bij algemene maatregel van bestuur.

HOOFDSTUK III

Burgerlijke Uitzonderingstoesland

Artikel 14

De bepalingen van Hoofdstuk II gelden mede voor de burgerlijke uitzonderingstoestand.

Artikel 15

1. Onze Minister van Binnenlandse Zaken is, indien en voorzover Wij hem, op voordracht van Onze Minister-President, daartoe machtigen, bevoegd te voorzien in de uitoefening van de bevoegdheden van Onze Commissaris in de provincie en de burgemeester, betrekking hebbende op de handhaving van de openbare orde, rust of veiligheid, door die uitoefening geheel of ten dele aan zich te trekken dan wel daarmede geheel of ten dele een ander orgaan van burgerlijk gezag te belasten.

2. Ir.dien Onze voornoemde Minister van de bevoegdheid, bedoeld in het vorige lid, gebruik maakt, brengt hij dit terstond ter algemene kennis.

3. De leden 2—5 van artikel 220 van de gemeentewet blijven in dat geval buiten toepassing.

Artikel 16

1. Onverminderd het bij andere wetten bepaalde is de burgemeester bevoegd de toegang tot of het gebruik van bepaalde gebouwen, verblijfplaatsen of terreinen voor een bepaalde of onbepaalde tijdsduur te beperken of geheel te verbieden.

2. Onze Minister van Binnenlandse Zaken geeft nadere regelen met betrekking tot de uitoefening van de bevoegdheden, bedoeld in het eerste lid. Deze regelen worden op de wijze, door Onze voornoemde Minister te bepalen, bekend gemaakt.

Artikel 17

Onze Minister van Binnenlandse Zaken is bevoegd de vertoning m het oDenbaar dan wel in tegenwoordigheid van meer dan tien personen van alle, dan wel van door die Minister niet met name toeSelaten films voor een door hem daarbij te bepalen tijdsduur te verbieden.

Artikel 18

1- Onze Minister van Binnenlandse Zaken is bevoegd beperkende bepalingen vast te stellen omtrent het vervaardigen, uitgeven, voorhanden hebben, verspreiden, aanplakken, aanbrengen of in de handel

Sluiten