Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uitoefening betreft, te vestigen zonder daartoe van de Kamer van Koophandel en Fabrieken verkregen vergunning.

2. Het bepaalde in het vorige lid vindt overeenkomstige toepassing ten aanzien van de uitbreiding van het in een inrichting uitgeoefende bedrijf met de kleinhandel in verwarmings- en kookapparaten, het kachelreparatiebedrijf of het kachelsmidsbedrijf, zomede ten aanzien van de voortzetting van de in een inrichting uitgeoefende kleinhandel in verwarmings- en kookapparaten of het in een inrichting uitgeoefende kachelreparatie- of kachelsmidsbedrijf, in geval van wijziging in de personen van ondernemers of beheerders.

Artikel 3

De minimum-eisen van credietwaardigheid, bedoeld in artikel 3' der wet, bestaan voor de in artikel 1 genoemde bedrijven in:

1. het beschikken over voldoend bedrijfskapitaal om: a. gedurende één jaar de inrichting te kunnen exploiteren, zulks te beoordelen in verband met de plaatselijke toestanden en verhoudingen; b. daarenboven van de totale kosten van de bedrijfsmiddelen, benodigd voor het opzetten van de inrichting, ten minste de helft contant te kunnen betalen;

2. indien het bedrijfskapitaal geheel of gedeeltelijk uit geleende gelden bestaat, het beschikken over een schriftelijke, geregistreerde overeenkomst van geldlening, waaruit blijkt, dat deze gelden niet binnen twee jaar na de dagtekening van het in artikel 7, vierde lid, der wet genoemde bewijs zullen worden opgeëist.

Artikel 4

De minimum-eisen van handelskennis, bedoeld in artikel 3 der wet, bestaan voor de in artikel 1 genoemde bedrijven in:

1. bedrijfsleer:

a. kennis van de wijze van financiering en van het doelmatige beheer van een middenstandsonderneming, alsmede van de daarbij in toepassing komende algemene regelen van de bedrijfsleer;

b. kennis van de algemene beginselen van de reclame en van de verkoopkunde;

2. boekhouden:

vaardigheid in het voeren van een eenvoudige administratie volgens de methode van het z.g. uitgebreid enkel boekhouden;

3. rekenen:

vaardigheid in het maken van eenvoudige berekeningen, welke bij de financiering en het beheer van een middenstandsonderneming voorkomen, te weten:

Sluiten