Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

passagiers worden gehouden met het oog op het zich verzamelen op de appèlplaatsen en het juiste gebruik van de reddinggordels.

3. De kapitein is verplicht zorg te dragen, dat indien één of meer draagbare radiotelegraaftoestellen voor reddingboten aan boord zijn, voor elk toestel iemand is aangewezen, die in staat is het te bedienen en die in geval van nood het toestel in de daarvoor aangewezen boot brengt.

Artikel 111

De kapitein is verplicht zodanige maatregelen te nemen, dat: (a ) in vochtige ruimten en in ruimten met ontploffingsgevaar geen werkzaamheden aan ongeïsoleerde delen van de electrische installatie worden uitgevoerd, zolang deze onder spanning staan; Electrische inrichtingen

(b) in ruimten met ontploffingsgevaar geen werkzaamheden, waarbij vonkvorming kan optreden, geschieden en het openen, demonteren of dergelijke van machines, toestellen, transformatoren, schakel- en verdeelinrichtingen, lamparmaturen en toebehoren van leidingen slechts plaats vindt, nadat het desbetreffende gedeelte der installatie spanningloos is gemaakt;

(c) in andere dan in (a) en (b) genoemde ruimten slechts werkzaamheden aan blanke of daarmede gelijk te stellen onder spanning staande delen van de electrische installatie worden uitgevoerd, indien voor de veiligheid en bedrijfszekerheid van het schip dringende redenen aanwezig zijn om deze onder spanning te verrichten, mits:

1- alle zich in de nabijheid bevindende metalen delen deugdelijk tegen aanraking beschermd zijn;

2. de metalen delen van het bij de werkzaamheden benodigde gereedschap voor zover mogelijk deugdelijk zijn geïsoleerd;

. 3. zij, die de werkzaamheden uitvoeren zich op een deugdelijk isolerende laag bevinden;

4. voorzoveel dit in verband met de plaats en de omstandigheden Jtodig is ter voorkoming van ongevallen van niet met de werkzaamheden belaste personen, duidelijk leesbare waarschuwingen zijn aangebracht;

(d) werkzaamheden in de nabijheid van blanke of daarmede gelijk te stellen delen van de electrische installatie slechts geschieden, indien deze spanningloos zijn gemaakt, tenzij zij om bedrijfstechnische redefen niet kunnen worden uitgeschakeld, in welk geval alle maatregelen, die een gevaarloos verloop van de arbeid kunnen waarborgen, moeten z ijn genomen;

( e ) bij voeding van het scheepsnet of een gedeelte daarvan vanaf de wal, geen spanningen en stroomsoorten en bij draaistroom bovendien geen frequenties en volgorden der fazen, waarvoor de electrische •nstallatie aan boord niet geschikt is, worden gebezigd;

Sluiten