Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( b ) één schuimblusser met een inhoud van ten minste 45 liter of een koolzuur-brandblusapparaat met een capaciteit van 16 kilogram;

(c) één schuimblusser met een inhoud van 9 liter voor elke 1000 rempaardekrachten der voortstuwingswerktuigen, met dien verstande, dat het totale aantal schuimblussers van 9 liter niet kleiner mag zijn dan twee en niet groter behoeft te zijn dan zes.

Indien een met olie gestookte hulpketel in de voortstuwingsruimte aanwezig is, zijn eveneens de bepalingen van lid 3 van toepassing.

7. Aan boord van een schip, dat door motoren, met een gezamenlijk vermogen van 1000 rempaardekrachten of groter wordt voortgestuwd, moet gelegenheid zijn verstikkend gas toe te laten in de uitlaatgassenleidingen.

8. Aan boord van een schip, hetwelk door motoren wordt voortgestuwd en dat voor brandblussing in de laadruimen over een koolzuur-brandblusinstallatie beschikt, dienen eveneens de voortstuwingsruimten hierop aangesloten te zijn, doch de capaciteit behoeft hiervoor niet vergroot te worden. De wijze van aansluiting moet ten genoegen van het Hoofd van de Scheepvaartinspectie zijn.

9. Indien een met kolen of olie gestookte verwarmingsketel in de voortstuwingsruimte aanwezig is, moet een draagbare schuimblusser extra aanwezig zijn.

Artikel 16

Pompen, putsen 1. Aan boord van schepen, geen passagiersschepen zijnde, welke voorzien zijn van een motor met een vermogen van niet meer dan 150 rempaardekrachten en van gesleepte schepen, indien zij bemand zijn, moeten de nodige putsen aanwezig zijn om water van buitenboord op te slaan.

2. Aan boord van zeilschepen, al of niet van een hulpmotor met een vermogen van niet meer dan 150 rempaardekrachten, voorzien en van meer dan 200 ton, moet een goed werkende hand-brandspui aanwezig zijn met zuigbuis en voldoende slangen om alle delen van het schip te bereiken.

3. Aan boord van een schip, geen passagiersschip zijnde, van minder dan 1000 ton en niet genoemd in de voorgaande leden moet ten minste één krachtige werktuiglijk bewogen pomp, die onafhankehJ van het voortstuwingswerktuig kan worden gebruikt, aanwezig z 'l n om te kunnen dienen tot het blussen van brand.

4. Aan boord van een schip, geen passagiersschip zijnde, van 1000 ton of meer, doch minder dan 4000 ton, moeten ten minste twee e indien 4000 ton of meer, ten minste drie werktuiglijk gedreven P on ? pen aanwezig zijn, die onafhankelijk van het voortstuwingswerktu e kunnen worden gebruikt voor het blussen van brand.

Sluiten