Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij gewoonlijk verricht, zulks voor zover die werkzaamheden, gelet op de door hem beklede rang en functie, naar het oordeel van de burgemeester redelijkerwijze van hem kunnen worden gevorderd.

Artikel 62. 1. De ambtenaar is verplicht tot geheimhouding van hetgeen hem in zijn ambt is ter kennis gekomen, voor zover die verplichting hem uitdrukkelijk is opgelegd of uit de aard der zaak volgt.

2. De in het vorige lid bedoelde verplichting bestaat niet tegenover hem, aan wie hij volgens de wet of ambtshalve tot mededeling is verplicht.

Artikel 63. 1. Het is de ambtenaar verboden een uit een Rijks-, provinciale-, gemeente- of andere openbare kas bezoldigd ambt, waartoe de benoeming niet door Ons geschiedt, tegelijk met zijn ambt te bekleden, anders dan met machtiging van Onze Minister.

2. Het weigeren van een gevraagde of het intrekken van een reeds verleende machtiging wordt door Onze Minister bij een met redenen omklede beschikking, ter kennis van de betrokken ambtenaar gebracht.

3. Bij aanvaarding van een ambt, als bedoeld in het eerste lid, zonder de vereiste machtiging, of voortgezette bekleding daarvan, nadat die machtiging is ingetrokken, wordt de ambtenaar geacht zijn ontslag te hebben gevraagd.

Artikel 64. 1. Het is de ambtenaar verboden:

a. naast zijn ambt een bedrijf of een beroep uit te oefenen; b. een nevenbetrekking te aanvaarden dan wel ten behoeve van derden, tegen betaling, in welke vorm ook, werkzaamheden te verrichten;

c. commissaris, bestuurder, vennoot, aandeelhouder of lid te zijn van vennootschappen, stichtingen of verenigingen dan wel middellijk of onmiddellijk deel te nemen aan aannemingen of leveringen, indien daardoor de behoorlijke vervulling van zijn plichten als ambtenaar in gevaar kan worden gebracht of het aanzien van zijn ambt m worden geschaad;

d. van de door hem bewoonde percelen of appartementen een gedeelte onder te verhuren of kamers of gedeelten van zijn woning, al dan niet tegen vergoeding, af te staan aan andere personen dan aan ambtenaren van politie of bloed- of aanverwanten tot aan de vierde graad;

e. ten behoeve van derden werkzaamheden om niet te verrichten, welke naar het oordeel van de burgemeester geacht kunnen worden de grenzen ener redelijke hulpvaardigheid te overschrijden;

ƒ. geld of geschenken, van welke aard ook, onder welke vorm, of van wie ook, met uitzondering van door justitie- of politie-autoriteiten uitgeloofde premiën, aan te nemen in of ten gevolge van zijn dienst.

2. Door de burgemeester kan ontheffing worden verleend van het bepaalde in het vorige lid onder a, b, d, e of ƒ, indien de handeling omschreven in een der bepalingen van het vorige lid, waarvan ontheffing wordt gevraagd, de behoorlijke vervulling van de plichten als ambtenaar niet in gevaar kan brengen en het aanzien van het politie-ambt niet kan schaden. Een reeds verleende machtiging kan te allen tijde worden ingetrokken.

Artikel 65. De ambtenaar is verplicht er voor te zorgen, dat zijn echtgenote of enig inwonend lid van zijn gezin niet een beroep uitoefent of diensten verricht, waardoor de behoorlijke vervulling van zijn plichten als ambtenaar in gevaar kan worden gebracht of het aanzien van zijn ambt kan worden geschaad.

Artikel 66. Het is de ambtenaar verboden in te wonen bij of samen te wonen met personen, wier woning binnenshuis gemeenschap heeft met een ruimte, waar een inrichting is, waar men gelagen zet, of een nering wordt gedreven. Door de burgemeester kan van dit verbod ontheffing worden verleend.

Artikel 67. Het is de ambtenaar verboden in te wonen bij of samen te wonen met personen van slecht levensgedrag of dezen bij zich te laten inwonen.

Artikel 68. Indien door inwoning of samenwoning de behoorlijke vervulling van zijn plichten als ambtenaar in gevaar kan worden gebracht of het aanzien van zijn ambt kan worden geschaad, is de ambtenaar, die ongehuwd is of gehuwd is en geen eigen huishouding heeft, verplicht op aanzegging van de burgemeester zijn intrek elders te nemen, en wel uiterlijk binnen een maand na de daartoe strekkende aanzegging. Bij het aangaan van een huurovereenkomst moet hij met deze termijn rekening houden.

Artikel 69. Het is de ambtenaar verboden:

a. schulden te hebben, waarvan het bedrag in vergelijking tot zijn inkomsten en in verband met zijn sociale omstandigheden, naar het oordeel van Onze Minister, te groot moet worden geacht;

b. aan anderen geld te lenen op zodanige bezwarende voorwaarden, dat de lener in vergelijking tot de gebruikelijke voorwaarden, bovenmatig wordt belast.

Artikel 70. 1. De ambtenaar kan door de burgemeester worden verplicht tot gehele of gedeeltelijke vergoeding van de door de dienst geleden schade, voor zover deze aan hem is te wijten.

2. Het bedrag van de schadevergoeding wordt niet vastgesteld dan nadat de ambtenaar in de gelegenheid is gesteld zich schriftelijk of mondeling te verantwoorden.

Artikel 71. 1. De ambtenaar heeft recht op vergoeding wegens reis- en verblijfkosten ter zake van dienstreizen.

Deze vergoeding wordt vastgesteld overeenkomstig het Reisbesluit 1952.

2. Onze Minister is ter zake van de uitvoering van het eerste lid bevoegd de nodige regelingen te treffen.

Artikel 72. 1. Aan de ambtenaar wordt de schade aan zijn goederen vergoed, welke hij buiten zijn schuld lijdt ten gevolge van de uitoefening van zijn dienst, voorzover die schade niet bestaat uit normale slijtage dier goederen.

2. De ambtenaar heeft geen aanspraak, als bedoeld in het vorige lid, indien hij ter zake van die schade rechten tegenover derden kan doen gelden. Indien de ambtenaar zijn rechten tegenover derden aan de gemeente cedeert, wordt hij voorlopig bij wijze van voorschot in het genot gesteld van het in geld uitgedrukte bedrag der schade.

3. Indien de gemeente ter zake van de door voornoemde cessie verkregen rechten een burgerrechtelijke vordering instelt, worden de kosten, welke uit het rechtsgeding voor de gemeente voortvloeien, niet op de ambtenaar verhaald.

Artikel 73. 1. Indien een persoon, die hetzelfde perceel bewoont als de ambtenaar of ten hoogste veertien dagen te voren heeft bewoond, lijdende is aan pest, cholera, gele koorts, vlektyphus, febris recurrens of variola major, is het de ambtenaar verboden aan de dienst deel te nemen.

2. Indien een persoon, die hetzelfde perceel bewoont als de ambtenaar of ten hoogste veertien dagen te voren heeft bewoond, lijdende is aan een besmettelijke ziekte van groep B, bedoeld in het tweede lid van artikel 1 van de Besmettelijke Ziektenwet 1928 (Staatsblad no. 265), is het de ambtenaar verboden aan de dienst deel te nemen, tenzij uit een geneeskundige verklaring blijkt, dat gevaar voor overbrenging der ziekte niet bestaat. De ambtenaar is verplicht bij het waarnemen in het perceel van een ziekte, als in dit of in het vorige lid bedoeld, hiervan ten spoedigste kennis te geven aan de chef van het korps, of, indien de ambtenaar zelf chef van het korps is, aan de burgemeester.

3. Aan de ambtenaar kan door de chef van het korps in geval van ziekten, die voor de omgeving gevaar opleveren, de deelneming aan de dienst worden verboden, of indien de ambtenaar chef van het korps is, door de burgemeester.

Sluiten