Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel VI

De bevoegde Ministers stellen, op voorstel van de administratieve Raad voor de Douaneregelingen, de bepalingen vast, nodig voor de uitvoering van de artikelen I tot en met V. Zij bepalen, onder meer, welke kosten, bedoeld in artikel I, lid 2, letter b, in de prijs zijn te begrijpen.

HOOFDSTUK II

Andere bepalingen

§ 1

Voor de toepassing van het tarief van invoerrechten wordt verstaan onder:

a. verpakt: een hoeveelheid van 1200 gram goederen of minder, verpakt of geborgen in ampoule, doos, blik, fles, capsule, étui, tube, enveloppe, tas, map, zak, koker, blaas of andere omhulling, welke de goederen geheel of zo goed als geheel omvat, ook indien die omhulling enkel bestaat uit papier, doek, stanniool of ander bladmetaal, of enkel is gebezigd om de goederen te kunnen vervoeren;

b. tabletvorm: (met uitzondering van kristallen en van gesneden of gehakte of op andere dergelijke wijze bewerkte, al dan niet gedroogde natuurproducten), goederen, welke in tablet-, pil-, schijf-, staaf-, pijp- of kogelvorm of in andere bepaalde vorm zijn gebracht, artikelen in de vorm van dieren of letters, nabootsingen van voorwerpen, vermicelli in opgerolde draden of pijpjes, en dergelijke artikelen daaronder begrepen, en welke per vorm of voor het geval de vormen zijn onderverdeeld in kleinere vormen, per onderverdeling 200 gram of minder wegen;

c. netto-gewicht: het gewicht der goederen ontdaan van elke verpakking;

d. bruto-gewicht: het gewicht der goederen met inbegrip van alle verpakkingen.

B. Paragraaf 14, letter c, wordt gelezen als volgt:

c. de waarde van door hen aan te wijzen goederen, voor de berekening van het invoerrecht kan worden aangegeven en vastgesteld zonder inbegrip van die, welke deze goederen ontlenen:

1. aan tekeningen, ontwerpen, modellen of andere producten van techniek, kunst of wetenschap, vervaardigd door ingezetenen van het grondgebied van de Verdragsluitende Partijen;

2. aan auteursrecht, octrooien of dergelijke rechten, toebehorende aan ingezetenen van het grondgebied van de Verdragsluitende Partijen of aan aldaar gevestigde rechtspersonen;

3. aan het recht tot gebruik van buitenlandse fabrieksmerken of handelsmerken, toekomende aan ingezetenen van het grondgebied van de Verdragsluitende Partijen of aan aldaar gevestigde rechtspersonen.

Artikel 2. Dit besluit treedt in werking met ingang van 28 Juli 1953.

Onze Minister van Financiën is belast met de uitvoering van dit besluit, hetwelk in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Soestdijk, 17 Juli 1953.

JULIANA.

De Staatssecretaris van Financiën,

VAN DEN BERGE.

Uitgegeven de vier en twintigste Juli 1953.

De Minister van Justitie, L. A. DONKER.

339

WET van 9 Juli 1953, houdende wijziging van het Zesde Hoofdstuk der Rijksbegroting voor het dienstjaar 1951 (Kosten van voorbereidingen voor een tweede instituut voor technisch hoger onderwijs). (Departement van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen.)

Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat de noodzakelijkheid is gebleken van een wijziging van het Vide hoofdstuk (Departement van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen) der Rijksbegroting voor het dienstjaar 1951, vastgesteld bij de wet van 10 Augustus 1951 ( Staatsblad no. 368);

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Artikel I

In het Vide hoofdstuk der Rijksbegroting voor het dienstjaar 1951 wordt het volgende artikel ingevoegd:

In: TITEL A. GEWONE DIENST AFDELING V. HOGER ONDERWIJS EN WETENSCHAPPEN.

Onderafdeling I. ALGEMEEN BEHEER, achter artikel 138:

Artikel

138bis. Kosten van voorbereidingen voor een tweede Instituut voor Technisch Hoger Onderwijs...........ƒ15 000

Artikel II

Ten gevolge van het bepaalde in het voorgaande artikel van deze wet wordt: verhoogd met: de Gewone dienst........... ƒ15 000

Gewone dienst.

Afdeling V.

Afdeling V............. 15 000 Onderafdeling I............ 15 000

Artikel III

Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na die harer afkondiging.

In afwijking van het bepaalde in de artikelen 16, 22, 63 en 78 van de Comptabiliteitswet (Stb. 1927, no. 259) kunnen ten laste van het in deze wet genoemde begrotingsartikel uitgaven worden gedaan, ter verevening worden aangevraagd en worden verevend tot uiterlijk de veertiende dag na de inwerkingtreding dezer wet.

Lasten en bevelen, dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst, en dat alle Ministeriële Departementen, Autoriteiten, Colleges en Ambtenaren, wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven ten Paleize Soestdijk, 9 Juli 1953.

JULIANA.

De Minister van Onderwijs, Kunsten

en Wetenschappen,

J. CALS.

Uitgegeven de vier en twintigste Juli 1953.

De Minister van Justitie, L. A. DONKER.

Zie voor de behandeling in de Staten-Generaal: Bijl. Hand. II 51/52, 2301; Bijl. Hand. II 52/53, 2301; Hand. II 52/53, bladz. 2398—2407, 2410 —2457; Bijl. Hand. I 52/53, 2301; Hand. I 52/53, bladz. 2231—2235 en 2237—2247.

Sluiten