Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

STAATSBLAD VAN HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN

390

BESLUIT van 10Augustus 1953, strekkende tot verbetering van de financiële positie van de ambtenaren van het korps Rijkspolitie en van de gemeentepolitie.

Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Op de voordracht van Onze Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken van 30 Juli 1953, Afdeling Politie (bureau Personeel en Organisatie), No. P. 5000/228 en Afdeling Openbare Orde en Veiligheid (bureau Algemene en Juridische Zaken), No. 3495, daartoe gemachtigd door de Raad van Ministers;

Gelet op artikel 4, eerste lid, van het Politiebesluit 1945;

Overwegende, dat het wenselijk is de bezoldiging van de ambtenaren van het korps Rijkspolitie en van de gemeentepolitie te verhogen, overeenkomstig Ons besluit van 4 Augustus 1953, Stb. No. 4;

De Raad van State gehoord (advies van 4 Augustus 1953, | No. 26);

Gezien het nader rapport van Onze Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken van 10 Augustus 1953, Afdeling Politie (bureau Personeel en Organisatie) No. P. 5000/228 en Afdeling Openbare Orde en Veiligheid (bureau Algemene en Juridische Zaken), No. U 3587;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel I

Gerekend van 1 Januari 1953 worden in het Toelagebesluit Politie 1951 de navolgende wijzigingen aangebracht:

A. Na artikel 4 wordt ingevoegd:

Artikel 4a

Aan een belanghebbende van 21 jaar en ouder wordt een toelage toegekend tot een bedrag als is vermeld in de bij dit besluit behorende bijlage.

B. Artikel 5 wordt gelezen:

„1. Naast de bijslag en de toelage, bedoeld in de artikelen 4 en 4a, wordt boven de wedde aan:

a. een belanghebbende van 23 jaar of ouder;

b. een gehuwde belanghebbende beneden de leeftijd van ' 23 jaar;

c. een ongehuwde kostwinner beneden de leeftijd van 23 jaar;

e en toeslag toegekend van 10,25 % van de wedde, vermeerderd met de eventueel verleende bijslag, bedoeld in artikel 4, e n de toelage bedoeld in artikel 4a.

2. Aan een ongehuwde belanghebbende van 21 en 22 jaar, die geen kostwinner is, wordt een toeslag toegekend welke bedraagt:

a. voor een 22-jarige 8,75 % van de wedde, vermeerderd met de toelage, bedoeld in artikel 4a;

b. voor een 21-jarige 7,25 % van de wedde, vermeerderd niet de toelage, bedoeld in artikel 4a.”

C. Het eerste lid van artikel 5 a wordt gelezen:

»1. Onverminderd het bepaalde in de artikelen 4, 4a en 5 w °rdt boven de wedde aan:

a • een belanghebbende van 23 jaar of ouder;

b. een gehuwde belanghebbende beneden de leeftijd van 23 jaar;

c. een ongehuwde kostwinner beneden de leeftijd van 23 jaar;

een verhoging toegekend van 5 % van de wedde, vermeerderd met de eventueel verleende bijslag, bedoeld in artikel 4, de toelage, bedoeld in artikel 4 a en de toeslag, bedoeld in artikel 5;

d. een ongehuwde belanghebbende beneden de leeftijd van 23 jaar, die geen kostwinner is;

een verhoging toegekend, welke voor een 22-jarige 4 % en voor een 21-jarige 3 % bedraagt van de wedde, vermeerderd met de toelage, bedoeld in artikel 4a en de toeslag, bedoeld in artikel 5.”

D. Het eerste lid van artikel 6 wordt gelezen als volgt:

„1. De bijslag, de toelage, de toeslag en de verhoging bedoeld in de artikelen 4, 4a, 5 en 5a vormen te zamen één toelage.”

Artikel II

De vergoedingen en beloningen wegens verricht overwerk alsmede de tegemoetkomingen overeenkomstig het Verplaatsingskostenbesluit (Stb. G 371), betrekking hebbend op het tijdvak gelegen tussen 1 Januari 1953 en 16 Augustus 1953, ondergaan tengevolge van de totstandkoming van dit besluit geen wijziging.

Artikel III

De kortingen voor het verstrekte genot van woning, vuur, licht en water ondergaan, tengevolge van de totstandkoming van dit besluit geen wijziging.

Artikel IV

Onze Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken kunnen, ieder voor zoveel hem betreft, nadere voorschriften ten aanzien van de administratieve toepassing van dit besluit geven.

Artikel V

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na die van de dagtekening van het Staatsblad, waarin het is geplaatst.

Onze Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken zijn, ieder voor zoveel hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit, hetwelk in het Staatsblad zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State en aan de Algemene Rekenkamer.

Soestdijk, 10 Augustus 1953.

JULIANA.

De Minister van justitie a.i.,

BEEL.

De Minister van Binnenlandse Zaken,

BEEL.

Uitgegeven de veertiende Augustus 1953.

De Minister van Justitie a.i., BEEL.

Sluiten