Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

499

B E S L U I T van 3 November 1953, houdende wijziging van het Besluit militaire medailles (Stb. 1951, 30).

Wir JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Oorlog van 28 October 1953, DG La K 511;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1

Het Besluit militaire medailles, vastgesteld bij Ons besluit van 25 Januari 1951, Stb. 30, wordt als volgt gewijzigd:

A. In artikel 1 worden de woorden „der Koninklijke landmacht” vervangen door „der Koninklijke Landmacht of der Koninklijke Luchtmacht”.

B. In artikel 3 wordt het puntteken vervangen door een komma en wordt de zin vervolgd met: „met dien verstande, dat in de plaats van een gouden- een verguld zilveren medaille wordt verstrekt.”.

C. In artikel 9, eerste lid, worden de woorden „Pensioenwet voor de landmacht (Staatsblad 1922, Nr. 66)” vervangen door „Pensioenwet voor de landmacht 1922”.

D. In artikel 9, eerste lid, wordt de tweede alinea als volgt gelezen: „Hierbij blijven echter buiten toepassing artikel 9, onder 5, 6, 7 en 8 en artikel 11, onder 5 van evengenoemde wet en worden in afwijking van het bepaalde in de eerste alinea van dit lid met betrekking tot de vaststelling van de in artikel 1 onder b onderscheidenlijk onder c genoemde diensttijd niet meer dan zes onderscheidenlijk negen dienstjaren dubbel geteld”.

E. In artikel 9, tweede lid, onder a, worden de woorden „der Koninklijke landmacht” vervangen door „der Koninklijke Landmacht of der Koninklijke Luchtmacht”.

F. In artikel 9, vierde lid, wordt het cijfer 10 vervangen door 9 en worden de woorden „Pensioenwet voor de landmacht” vervangen door „Pensioenwet voor de landmacht 1922” en de woorden „de Koninklijke landmacht” door „de Koninklijke Landmacht of de Koninklijke Luchtmacht”.

G. Artikels 11 en 12 vervallen.

H. Artikels 13, 14 en 15 worden respectievelijk genummerd 11, 12 en 13.

Artikel II

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 December 1953.

Onze Minister van Oorlog is belast met de uitvoering van dit besluit, dat in het Staatsblad zal worden geplaatst en waaraan afschrift zal worden gezonden aan de Algemene Rekenkamer.

Soestdijk, 3 November 1953.

JULIANA.

De Minister van Oorlog,

C. STAF.

Uitgegeven de twintigste November 1953.

De Minister van Justitie, L. A. DONKER.

500

BESLUIT van 24 October 1953, houdende nadere wijziging van de algemene maatregel van bestuur betreffende de straf- en tuchtklassen voor de zee- en voor de landmacht.

Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Op de voordracht van Onze Ministers van Oorlog en van Marine en van Justitie van 13 Aoril 1953 nr. Geh. La V 164 en 350143/259036 en van 28 Mei 1953, 6e Afdeling, nr. 2256;

Gelet op:

artikel 32 van het Wetboek van Militair Strafrecht;

De Raad van State gehoord (advies van 4 Augustus 1953, No. 28);

Gezien:

het nader rapport van Onze voornoemde Ministers van Oorlog en van Marine en van Justitie van 28 September 1953 nr. Geh. La B 466 en 352558/259036 en van 19 October 1953, 6e Afdeling, nr. 2264;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1. In het Koninklijk besluit van de 31e Juli 1922 (Stb. 475), tot vaststelling van een algemene maatregel van bestuur ingevolge artikel 32 van het Wetboek van Militair Strafrecht en artikel 23 van de Wet op de Krijgstucht betreffende straf- en tuchtklassen voor de zee- en voor de landmacht, zoals dat is gewijzigd bij de Koninklijke besluiten van 26 Januari 1925 (Stb. 22) en 29 Juli 1950 (Stb. K. 325) wordt opgenomen een nieuw artikel 3, luidende:

„Onze Minister van Marine kan in overleg met Onze Minister van Oorlog bepalen, dat militairen van de zeemacht, die in aanmerking komen voor plaatsing in een strafklasse, deze straf zullen ondergaan in de strafklasse voor de landmacht.”

Artikel 2. Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad, waarin het is geplaatst.

Onze Ministers van Marine, van Oorlog en van Justitie zijn ieder voor .zoveel hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit, hetwelk in het Staatsblad zal worden geplaatst en waarvan afschrift zal worden gezonden aan de Raad van State en aan de Algemene Rekenkamer.

Soestdijk, 24 October 1953.

JULIANA.

De Minister van Oorlog en van Marine,

C. STAF.

De Minister van Justitie,

L. A. DONKER.

Uitgegeven de twintigste November 1953.

De Minister van Justitie,

L. A. DONKER.

501

BESLUIT van 7 November 1953, strekkende tot nadere wijziging van het Toelagebesluit Buitenlandse Dienst (Stb. 1952, 72).

Wij JULIANA, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz., enz., enz.

Op de voordracht van Onze Minister van Buitenlandse Zaken en Onze Minister zonder Portefeuille, Mr J. M. A. H. Luns, van 6 October 1953, Directie Buitenlandse Dienst, no. 123149;

Sluiten