is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1978, no. 361-400, 01-01-1978

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hogeschool waarvan de erkenning van Onze minister is verworven als bedoeld in artikel 146, derde lid, van de Wet op het wetenschappelijk onderwijs of waarvan de erkenning had kunnen worden verworven als de betrokkene Nederlander was geweest. 4. In afwijking van het bepaalde in de voorafgaande leden wordt het salaris van de leraar bedoeld in dit artikel, voor zover hij onderwijs geeft in de derde graadssector, vastgesteld volgens de 2c-schaal. 5. De afwijking, bedoeld in het vierde lid, geldt niet voor zover de leraar onderwijs geeft in gemeenschappelijke leerjaren waarin niet uitsluitend de derde graadssector aanwezig is.

B. Artikel I-P4 wordt gelezen als volgt:

Art. I-P4 2-schalen

1. De vaststelling van het salaris ingevolge het tweede tot en met het vijfde lid van dit artikel geldt uitsluitend voor die leseenheden waarvoor de leraar in het bezit is van een bewijs van bevoegdheid, genoemd in de bijlage P1 van dit besluit, groep f tot en met i. 2. Het salaris van de leraar die in het bezit is van een bewijs van bevoegdheid, genoemd in de bijlage P1 van dit besluit, groep g tot en met i, wordt vastgesteld volgens de 2a-schaal. 3. Het salaris van de leraar, bedoeld in het tweede lid, die tevens in het bezit is van een bewijs van bevoegdheid, genoemd in de bijlage P1 van dit besluit, groep j-1 of j-2, wordt vastgesteld volgens de 2b-schaal. 4. Het salaris van de leraar, bedoeld in het tweede lid, die tevens in het bezit is van: a. één of meer bewijzen van bevoegdheid voor een ander vak, genoemd in de bijlage P1 van dit besluit, groep a tot en met e, dan wel b. één of meer andere bewijzen van bevoegdheid, genoemd in de bijlage P1 van dit besluit, groep f tot en met i, dan wel c. één of meer bewijzen van bevoegdheid, genoemd in de bijlage P1 van dit besluit, groep k tot en met p, dan wel d. twee of meer bewijzen van bevoegdheid, genoemd in de bijlage P1 van dit besluit, groep j-1 en/of j-2, wordt vastgesteld volgens de 2c-schaal. Het salaris van de leraar die in het bezit is van een bewijs van bevoegdheid, genoemd in de bijlage P1 van dit besluit, groep f, wordt vastgesteld volgens de 2c-schaal. 5. In afwijking van het bepaalde in het tweede, derde en vierde lid wordt de leraar die in het bezit is van de middelbare akte pedagogiek A en tevens van de akte van bekwaamheid als hoofdleidster, bedoeld in artikel 29, vierde lid onder d, van de wet, bezoldigd volgens de 2b-schaal uitsluitend voor de hem opgedragen leseenheden in de vakken opvoedkunde, algemene didactiek, psychologie en methodiek aan een opleidingsschool voor kleuterleidsters. 6. Voor de vaststelling van de schaal wordt/worden: a. van bewijzen van bevoegdheid voor hetzelfde vak of dezelfde vakken voor verschillende sectoren, alleen het bewijs van bevoegdheid voor de hoogste sector in aanmerking genomen; b. bewijzen van bevoegdheid voor hetzelfde vak of dezelfde vakken en voor dezelfde sector als één bewijs van bevoegdheid beschouwd; c. voor wat betreft de toepassing van het derde en het vierde lid worden bewijzen van bevoegdheid voor een vak, dat niet in de bijlage P4 van dit besluit is vermeld bij de betreffende school, buiten beschouwing gelaten. 7. Ten aanzien van de bewijzen van bevoegdheid dan wel combinaties daarvan, niet genoemd in de bijlage P1 van dit besluit dan wel in dit artikel, beslist Onze minister.