is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1978, no. 651-700, 01-01-1978

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BB

Het vijfde lid van artikel 45 wordt gelezen:

«5. De programmacoördinatiecommissies zijn voor de uitoefening van hun taak verantwoording schuldig aan het bestuurder Stichting. Beslissingen van de programmacoördinatiecommissies kunnen door het bestuur der Stichting worden vernietigd».

CC

Het opschrift boven artikel 47 wordt gelezen:

«§6. Regionale omroep door middel van zenders».

Artikel 47 wordt gelezen:

«1. Onze minister kan, boven de in artikel 26, derde lid, bedoelde zendtijd, zendtijd toewijzen voor het uitzenden van een radio- of televisieprogramma dat in het bijzonder betrekking heeft op een bepaald gewest of een bepaalde streek of stad.

2. De in het eerste lid bedoelde zendtijd kan worden toegewezen aan de Stichting, boven de in artikel 29 bedoelde zendtijd, of aan een regionale omroepinstelling.

3. Onder regionale omroepinstellingen worden verstaan instellingen die aan de volgende eisen voldoen:

1e. Zij moeten rechtspersonen zijn met volledige rechtsbevoegdheid.

2e. Zij moeten zowel blijkens de statuten als wat de feitelijke werkzaamheden aangaat, uitsluitend, althans hoofdzakelijk, ten doel hebben radio- of televisie-uitzendingen te doen, die in het bijzonder betrekking hebben op een bepaald gewest of een bepaalde streek of stad.

3e. Zij moeten representatief zijn voor het gewest, de streek of stad, bedoeld onder 2e.

4e. Zij moeten in zodanige mate gericht zijn op de bevrediging van in het gewest, de streek of de stad, bedoeld onder 2e, levende culturele en maatschappelijke behoeften, dat hun uitzendingen uit dien hoofde geacht kunnen worden van algemeen nut te zijn.

5e. Zij moeten ten genoegen van Onze minister aantonen, dat zij niet gericht zijn op het maken van winst, voorzover deze niet voor de vervulling van de omroeptaak bestemd is, of dienstbaar zijn aan het maken van winst voor derden.

4. Een beschikking waarbij regionale zendtijd wordt toegewezen aan de Stichting, dient voor elk regionaal programma mede te voorzien in de instelling en inrichting van een regionale programmaraad. De regionale programmaraden geven richtlijnen en aanwijzingen ten aanzien van de regionale programma's ten behoeve van de raad van beheer der Stichting; de voorbereiding en samenstelling van deze programma's geschiedt, onverminderd het bepaalde in artikel 43, vijfde lid, onder de dagelijkse leiding van de raad van beheer, door de programmastaf van de Stichting, zo nodig met medewerking van de programmastaven der omroeporganisaties. Elke regionale programmaraad is voor de uitoefening van zijn taak verantwoording schuldig aan het bestuur der Stichting. Met betrekking tot de taak en samenstelling van de regionale programmaraden kunnen bij algemene maatregel van bestuur nadere regelen worden vastgesteld».

DD

Het opschrift boven artikel 48 wordt gelezen:

«§ 7. Omroep door middel van draadomroepinrichtingen».

Artikel 48 wordt gelezen:

«1. De voorbereiding, samenstelling en uitvoering van voor het publiek bestemde radio- en televisieprogramma's die worden overgebracht door middel van een draadomroepinrichting is voorbehouden aan instellingen