is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1978, no. 701-763, 01-01-1978

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ding van de verlening van het Europees octrooi op die aanvrage of op een daaruit ingevolge artikel 76 van dit Verdrag afgesplitste aanvrage, handelingen heeft verricht als vermeld in artikel 30, eerste lid, voor zover de octrooihouder daarvoor uitsluitende rechten heeft verkregen en de handelingen worden bestreken door de laatstelijk ingediende gepubliceerde conclusies. 2. Behoudens het bepaalde in het vierde lid, kan de houder van een Europees octrooi eveneens een redelijke vergoeding vorderen van hem, die na de in het eerste lid bedoelde publikatie van de vermelding van de verlening van het Europees octrooi handelingen als in dat lid bedoeld heeft verricht met voortbrengselen, die gedurende het aldaar genoemde tijdvak in het verkeer zijn gebracht. 3. De in het eerste en tweede lid bedoelde vergoeding is alleen verschuldigd voor handelingen, die zijn verricht na verloop van dertig dagen, nadat de betrokkene bij deurwaardersexploit is gewezen op het krachtens dit artikel aan de octrooihouder toekomende recht. Bij dit deurwaardersexploit, waarin nauwkeurig is aangegeven welk gedeelte van de octrooiaanvrage op die handelingen betrekking heeft, moet zijn betekend een vertaling in het Nederlands van de conclusies zoals vervat in de publikatie van de Europese octrooiaanvrage overeenkomstig artikel 93 van het Europees Octrooiverdrag. Indien een Nederlandse vertaling als hiervorenbedoeld reeds voor het uitbrengen van het deurwaardersexploit bij het Bureau voor de industriële eigendom ter inzage is gelegd en daarvan door dit Bureau is kennisgegeven in het in artikel 25, eerste lid, bedoelde blad, kan de betekening van de vertaling achterwege blijven, mits in het exploit melding wordt gemaakt van het feit van die terinzagelegging. 4. Het krachtens dit artikel aan de octrooihouder toekomende recht strekt zich niet uit over handelingen verricht door een daartoe krachtens artikel 32 of krachtens overeenkomst gerechtigde, alsmede handelingen met voortbrengselen, die hetzij voor de in het eerste lid bedoelde publikatie van de aanvrage overeenkomstig artikel 93 van het Europees Octrooiverdrag in het verkeer zijn gebracht, hetzij nadien door de aanvrager om octrooi of een gerechtigde als hiervoor bedoeld. 5. De Octrooiraad gaat zo spoedig mogelijk over tot de in het derde lid bedoelde terinzagelegging en bekendmaking van vertalingen die de Raad hebben bereikt.».

AF

In artikel 44bis, eerste lid, wordt na «grenzende» ingevoegd: «- of, indien het een Europees octrooi betreft, van het aan Nederland grenzende -».

AG

Artikel 47 wordt gelezen:

«Artikel 47. Het octrooi blijft behoudens het bepaalde in de navolgende artikelen van kracht tot het verstrijken van een termijn van twintig jaren te rekenen van de dag van indiening van de aanvrage die tot het octrooi heeft geleid.».

AH

Artikel 51 wordt als volgt gewijzigd:

1. het eerste lid wordt gelezen:

«1. Een octrooi wordt nietig verklaard voorzover het:

a. naar de bepalingen van de artikelen 1A, 2, 2A, 3 of 5 dan wel, indien het een Europees octrooi betreft, naar de bepalingen van de artikelen 52-57 van het Europees Octrooiverdrag niet had behoren te worden verleend, of b. in strijd is met een ander octrooi, verleend aan hem, die daarop aanspraak had hetzij krachtens de bepalingen van Hoofdstuk I van deze Rijkswet