is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1979, no. 1-50, 01-01-1979

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voertuig dat stilstaat op een fietsstrook vrijwel altijd gevaar of hinder voor fietsers en bromfietsers zal opleveren, acht ondergetekende het gewenst dat niet slechts het parkeren doch ook het tot stilstand brengen van voertuigen op fietsstroken, die van de rijbaan zijn afgescheiden door een onderbroken streep, uitdrukkelijk wordt verboden.

De wijziging van artikel 81, tweede lid onder a, strekt ertoe aan het vorenstaande gestalte te geven.

In verband met voornoemde uitspraak van de Hoge Raad zijn ook de artikelen 27,27a en 28 gewijzigd. In artikel 4 is, teneinde te voorkomen dat op diverse plaatsen in het RVV het begrip fietsstrook zou moeten worden omschreven, een definitie van dat begrip opgenomen.

Artikel III, onder H

Deze wijziging vloeit voort uit een aanbeveling van de Conférence Européenne des Ministres des Transports (CEMT) van 6 december 1977 inzake parkeerfaciliteiten voor invaliden, waarin - onder meer - aan de Lid-staten van de CEMT wordt aanbevolen eikaars parkeerkaarten voor invaliden onderling te erkennen. Momenteel worden parkeerkaarten voor invaliden, behalve door Nederland, onder meer reeds uitgereikt door België, de Bondsrepubliek Duitsland en het Verenigd Koninkrijk.

De in artikel 84e mogelijk gemaakte gelijkstelling van een buitenlandse parkeerkaart voor invaliden met de Nederlandse invaliden-parkeerkaart houdt in, dat de houder van de buitenlandse kaart in Nederland dezelfde parkeerfaciliteiten heeft als de houder van de Nederlandse invaliden-parkeerkaart.

Bij gebruik van een parkeerkaart voor invaliden van een ander CEMT-land in Nederland zal voor wat de geldigheidsduur van deze kaart betreft de termijn worden aangehouden, die voor deze kaart in het land waar hij is afgegeven geldt. Overigens is de ondergetekende voornemens - in de tweede volzin van artikel 80e wordt hiertoe de mogelijkheid geopend - om, zoals dit ten aanzien van de Nederlandse invaliden-parkeerkaart in artikel 10 van de beschikking van de Minister van Verkeer en Waterstaat van 28 juli 1977, nr. R 50550, Ned. Stcrt. 1977,149, is geschied, voor de geldigheid van de buitenlandse parkeerkaarten voor invaliden bij gebruik in Nederland nadere voorschriften te stellen.

De ondergetekende heeft het voornemen ten aanzien van de wijze waarop de buitenlandse kaarten bij gebruik in Nederland in een motorvoertuig moeten worden gevoerd te bepalen, dat deze op dezelfde wijze in een motorvoertuig moeten worden aangebracht als de Nederlandse invaliden-parkeerkaart, namelijk bij de voorruit en wel zodanig dat de voorzijde van de kaart van buiten het voertuig behoorlijk leesbaar is.

Artikel III, onder i en J

Met de invoering van het verbod voor fietsers en bromfietsers om te rijden zonder de voeten op de trappers te hebben wordt vooruitgelopen op een te verwachten beschikking van de Benelux Economische Unie die onder meer op dit punt betrekking zal hebben. Naar mijn mening is de vaststelling van dit verbod in het belang van de verkeersveiligheid. Het is juist voor kwetsbare verkeersdeelnemers als fietsers en bromfietsers van groot belang dat zij hun voertuig zo veel mogelijk ondercontrole hebben. Door de invoering van het betrokken verbod kan permanente beheersing van de desbetreffende voertuigen worden bevorderd.

Artikel III, onder K

De wijziging van het vijfde lid van artikel 110 houdt verband met het opnemen van een definitie van het begrip «fietsstrook» in artikel 4.