is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1979, no. 1-50, 01-01-1979

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 3

Een verzoek, gedaan door tussenkomst van Onze Minister, onder wiens departement de werkzaamheden van betrokkene ressorteren, wordt geacht tijdig overeenkomstig artikel 6, derde lid, van de Wet Europese verkiezingen te zijn ingediend, indien het uiterlijk één maand, voorafgaande aan de dag der kandidatuurstelling, door hem, ten departemente, is ontvangen.

Artikel 4

Indien een verzoek is ontvangen door Onze betrokken Minister, gaat deze na of de door de verzoeker vermelde gegevens juist zijn. Hij zendt het verzoekschrift vervolgens onder mededeling van zijn bevindingen onverwijld aan burgemeester en wethouders van de gemeente, waarvan de verzoeker laatstelijk voor zijn vertrek uit Nederland ingezetene was, onderscheidenlijk aan burgemeester en wethouders van 's-Gravenhage. Hij houdt van deze verzending aantekening.

Artikel 5

1. Burgemeester en wethouders van de gemeente, waarvan verzoeker laatstelijk voor zijn vertrek uit Nederland ingezetene was, gaan na of hun gegevens bekend zijn, waaruit blijkt, dat de verzoeker niet aan de in artikel 3, onder b en c, van de Wet Europese verkiezingen gestelde eisen voldoet. 2. Burgemeester en wethouders van 's-Gravenhage kunnen van een verzoeker, die nimmer ingezetene van een gemeente in Nederland is geweest, verlangen aannemelijk te maken, dat hij kiesgerechtigd is.

Artikel 6

1. Bij inwilliging van het verzoek stellen burgemeester en wethouders op het verzoekschrift daaromtrent een aantekening en nemen zij de verzoeker op in het register, bedoeld in artikel 6, eerste onderscheidenlijk tweede lid, van de Wet Europese verkiezingen. Zij doen aan de verzoeker van de inwilliging mededeling en bieden de formulieren aan, waarmede hij eventueel kan verzoeken in een stembureau van zijn keuze dan wel bij volmacht te stemmen. 2. Indien een verzoek niet kan worden ingewilligd, vermelden burgemeester en wethouders de reden hiervan op het verzoekschrift, waarna dit onverwijld aan de verzoeker wordt teruggezonden. Burgemeester en wethouders stellen Onze Minister, onder wiens departement de werkzaamheden van de betrokkene ressorteren, van het niet inwilligen van een verzoek, dat door zijn tussenkomst is ingediend, in kennis.

Artikel 7

1. Indien aan Onze Minister, onder wiens departement de werkzaamheden van de betrokkene ressorteren, omstandigheden bekend worden, op grond waarvan een in het register, bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de Wet Europese verkiezingen opgenomen persoon daarin niet langer behoort voor te komen, wordt daarvan terstond mededeling gedaan aan burgemeester en wethouders van de gemeente, waarvan deze persoon laatstelijk voor zijn vertrek uit Nederland ingezetene was, onderscheidenlijk aan burgemeester en wethouders van 's-Gravenhage. 2. Na ontvangst van de in het eerste lid bedoelde mededeling schrappen burgemeester en wethouders van de gemeente, waarvan deze persoon laatstelijk voor zijn vertrek uit Nederland ingezetene was, onderscheidenlijk burgemeester en wethouders van 's-Gravenhage, diens naam onmiddellijk uit het kiezersregister. Zij geven hiervan kennis aan belanghebbende en aan Onze betrokken Minister.