is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1979, no. 51-100, 01-01-1979

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 86

1. De voordracht voor een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 83, eerste lid, 84, tweede lid, of 85 wordt Ons gedaan door Onze Minister in overeenstemming met Onze Ministers van Volkshuisvesting en Ruimtelijk Ordening en van Verkeer en Waterstaat. 2. In een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste lid worden in elk geval regels opgenomen met betrekking tot de wijze waarop, ingeval toepassing wordt gegeven aan artikel 83, eerste lid, 84, tweede lid, of 85, de bevolking daarbij wordt betrokken. 3. Bij toepassing van artikel 83,84 of 85 kan de gelding van een daarbij vastgestelde waarde aan voorwaarden worden gebonden. 4. Indien door toepassing van artikel 83 of 84 voor de gevels van één of meer in aanbouw zijnde of aanwezige woningen binnen de zone een hogere geluidsbelasting dan 50 dB(A) als toelaatbaar is aangemerkt, treft de gemeenteraad met betrekking tot de geluidwering van die gevels maatregelen om te bevorderen dat de geluidsbelasting, vanwege de weg, binnen de woning bij gesloten ramen 35 dB(A) niet te boven zal gaan. 5. Bij de algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 82, tweede lid, worden omtrent het onderwerp dat met betrekking tot woningen geregeld is in het vorige lid, overeenkomstige regels gesteld.

Artikel 87

1. Een besluit, houdende de beslissing op een verzoek als bedoeld in artikel 83, eerste lid, 84, tweede lid, of 85, wordt eerst genomen nadat de inspecteur terzake advies heeft uitgebracht dan wel sedert het tijdstip waarop hij in de gelegenheid werd gesteld terzake advies uit te brengen, een maand is verlopen. 2. Een besluit, houdende een weigering op een verzoek als bedoeld in het eerste lid, is met redenen omkleed. 3. Een besluit, houdende een beslissing als bedoeld in het eerste lid, wordt onverwijld aan de goedkeuring van Onze Minister onderworpen. Onze Minister beslist in overeenstemming met Onze Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening binnen drie maanden na de dag waarop hij het besluit heeft ontvangen. 4. Het besluit wordt geacht te zijn goedgekeurd, indien Onze Minister binnen de in het derde lid gestelde termijn geen beslissing aan gedeputeerde staten heeft toegezonden. 5. Onze Minister doet bij aangetekende brief mededeling van zijn besluit aan gedeputeerde staten en aan de verzoeker.

AFDELING 3. MAATREGELEN IN BESTAANDE SITUATIES

§1. Bestaande situaties Artikel 88

1. In gevallen waarin op het tijdstip van in werking treden van dit hoofdstuk een weg aanwezig, in aanleg of geprojecteerd is, terwijl op dat tijdstip binnen het van de zone van die weg deel uitmakende gebied, in het tweede lid aangegeven, reeds woningen aanwezig, in aanbouw of geprojecteerd zijn, geldt, ter beperking van de geluidsbelasting van deze woningen vanwege die weg, het in de volgende artikelen bepaalde, zulks met onderscheiding naar de volgende categorieën van gevallen, al naar gelang op het tijdstip van in werking treden van dit hoofdstuk: a. de woningen aanwezig zijn, terwijl ook de weg aanwezig is, al dan niet in reconstructie; b. de woningen aanwezig zijn, terwijl de weg in aanleg is; c. de woningen in aanbouw zijn, terwijl de weg aanwezig is, al dan niet in reconstructie;