is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1979, no. 101-150, 01-01-1979

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2. Tenzij Wij anders hebben bepaald, geschiedt de verantwoording ten overstaan van het gezag, dat tot de voorgenomen strafoplegging bevoegd is, of van een door dit gezag aangewezen autoriteit. Het gezag, ten overstaan waarvan de verantwoording zal plaatsvinden, bepaalt of deze mondeling of schriftelijk zal geschieden, met dien verstande dat bij schriftelijke verantwoording de ambtenaar op zijn verzoek gelegenheid wordt gegeven tot nadere mondelinge toelichting. 3. Van de mondelinge verantwoording en van een eventuele nadere mondelinge toelichting wordt aanstonds proces-verbaal opgemaakt, dat na voorlezing wordt getekend door hem, te wiens overstaan de verantwoording heeft plaatsgevonden, en door de ambtenaar. Weigert de ambtenaar de ondertekening, dan wordt daarvan in het proces-verbaal, zo mogelijk met vermelding van de redenen, melding gemaakt. Een afschrift van het proces-verbaal wordt aan de ambtenaar uitgereikt.

Artikel 118

Schriftelijke strafoplegging

1. De strafoplegging geschiedt schriftelijk en dient met redenen te zijn omkleed. 2. De ambtenaar ontvangt van de strafoplegging onverwijld kennis door toezending van een afschrift van het desbetreffende besluit; daarbij wordt hem tevens medegedeeld, binnen welke termijn en bij welke instantie beroep openstaat. De ambtenaar dient van de ontvangst te doen blijken door onverwijlde terugzending van een door hem ondertekend en gedateerd ontvangstbewijs.

Artikel 119

Tenuitvoerlegging

De straf, behalve die van schriftelijke berisping, wordt nietten uitvoer gelegd, zolang zij niet onherroepelijk is geworden, tenzij bij de strafoplegging onmiddellijke tenuitvoerlegging is bevolen.

Hoofdstuk IX. Schorsing en ontslag

Artikel 120

De ambtenaar is van rechtswege in zijn ambt geschorst, wanneer hij krachtens wettelijke maatregel van zijn vrijheid is beroofd, tenzij de vrijheidsbeneming het gevolg is van een maatregel, anders dan op grond van de Krankzinnigenwet, genomen in het belang van de volksgezondheid.

Artikel 121

1. Onverminderd het bepaalde in artikel 116, eerste lid onder k., kan de ambtenaar in zijn ambt worden geschorst a. indien een strafrechtelijke vervolging ter zake van misdrijf tegen hem is ingesteld; b. wanneer hem door het daartoe bevoegde gezag het voornemen tot bestraffing met onvoorwaardelijk ontslag is te kennen gegeven, dan wel hem die straf is opgelegd; c. wanneer naar het oordeel van het tot aanstelling bevoegd gezag, het belang van de dienst zulks vordert. 2. Schorsing geschiedt door het gezag, dat bevoegd is tot aanstelling in het ambt, waarin geschorst wordt. 3. Het tot schorsing bevoegde gezag kan onder hem ressorterende autoriteiten en colleges machtigen de ambtenaar voorlopig te schorsen, in afwachting van een beslissing omtrent diens schorsing. 4. Schorsing geschiedt schriftelijk. Het schorsingsbesluit vermeldt de datum van ingang der schorsing en de omstandigheid of omstandigheden bedoeld in het eerste lid, welke tot de schorsing aanleiding heeft of hebben gegeven.