is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1979, no. 231-270, 01-01-1979

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gevolgd door aantekening in het register, dat de teboekstelling in het buitenlandse register is doorgehaald, of wanneer, ingeval de bewaarder van een buitenlands register ondanks daartoe schriftelijk tot hem gericht verzoek doorhaling weigert, van dit verzoek en van het feit dat er geen gevolg aan is gegeven, aantekening in het Nederlandse register is geschied. 4. De teboekstelling wordt verzocht door de reder van het zeeschip. Hij moet daarbij overleggen een door hem ondertekende verklaring, dat naar zijn beste weten het schip voor teboekstelling als zeeschip vatbaar is. Deze verklaring behoeft de goedkeuring van de rechter. 5. De teboekstelling in het register heeft geen rechtsgevolgen, wanneer aan de vereisten van dit artikel niet is voldaan.

Artikel 6

1. De teboekstelling wordt slechts doorgehaald a. op verzoek van degeen, die in het register als reder vermeld staat; b. op aangifte van de reder of ambtshalve: 1°. als het schip is vergaan, gesloopt is of blijvend ongeschikt voor drijven is geworden; 2°. als van het schip gedurende 6 maanden na het laatste uitvaren of de dag, waartoe zich de laatst ontvangen berichten uitstrekken, in het geheel geen tijding is aangekomen, zonder dat dit aan een algemene storing in de berichtgeving kan worden geweten; 3°. als het schip door rovers of vijanden is genomen; 4°. als het schip, ware het niet in het register teboekgesteld, een binnenschip zou zijn in de zin van artikel 8.1.3 of artikel 8.8.2.1; 5°. als het schip niet of niet meer de hoedanigheid van Nederlands schip heeft. Wanneer het schip de hoedanigheid van Nederlands schip heeft verloren door toewijzing na een executie buiten Nederland, vindt doorhaling slechts plaats, wanneer hetzij de reder, de houders van ingeschreven rechten en de beslagleggers gelegenheid hebben gehad hun rechten op de opbrengst geldend te maken en hun daartoe ook feitelijk de gelegenheid is gegeven, hetzij deze personen hun toestemming tot de doorhaling verlenen of hun vorderingen zijn voldaan. 2. In de in het eerste lid onder b genoemde gevallen is de reder tot het doen van aangifte verplicht binnen drie maanden nadat de reden tot doorhaling zich heeft voorgedaan. 3. Wanneer ten aanzien van het schip inschrijvingen of aantekeningen ten gunste van derden hebben plaatsgehad, geschiedt doorhaling slechts, wanneer geen dezer derden zich daartegen verzet. 4. Doorhaling geschiedt slechts na verleende machtiging van de rechter.

Artikel 7

1. Zolang de teboekstelling in het register niet is doorgehaald heeft teboekstelling van een zeeschip in een buitenlands register of vestiging in het buitenland van rechten daarop, die bij vestiging in Nederland in het Nederlandse register zouden moeten worden ingeschreven, geen rechtsgevolg. 2. In afwijking van het eerste lid wordt een teboekstelling of vestiging van rechten als daar bedoeld erkend, wanneer deze geschiedde onder voorwaarde van doorhaling van de teboekstelling in het Nederlandse register binnen 30 dagen na de teboekstelling van het schip in het buitenlandse register.

Artikel 8

De enigezakelijke rechten, waarvan een in het register teboekgesteld zeeschip het voorwerp kan zijn, zijn de eigendom, de hypotheek, het vruchtgebruik en de in artikel 8.3.3.2 genoemde voorrechten.