is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1979, no. 231-270, 01-01-1979

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Artikel 47

1. Indien een cognossement is afgegeven, heeft uitsluitend de regelmatige houder daarvan, tenzij hij niet op rechtmatige wijze houder is geworden, jegens de vervoerder onder het cognossement het recht aflevering van de zaken overeenkomstig de op de vervoerder rustende verplichtingen te vorderen; daarbij is artikel 8.5.2.14 van toepassing. 2. Jegens de houder van het cognossement, die niet de afzender is, is de vervoerder onder cognossement gehouden aan en kan hij een beroep doen op de bedingen van dit cognossement; artikel 8.5.2.4 is niet van toepassing. Jegens iedere houder van het cognossement, kan hij de uit het cognossement duidelijk kenbare rechten tot betaling geldend maken. Jegens de houder van het cognossement, die ook de afzender was, kan de vervoerder zich bovendien op de bedingen van de vervoerovereenkomst en op zijn persoonlijke verhouding tot de afzender beroepen. 3. Indien bij toepassing van artikel 8.5.2.49 verscheidene personen als vervoerder onder het cognossement moeten worden beschouwd, zijn deze personen hoofdelijk verbonden en gerechtigd.

Artikel 48

Van de houders van verschillende exemplaren van hetzelfde cognossement heeft hij het beste recht, die houder is van het exemplaar, waarvan na de gemeenschappelijke voorman, die houder was van al die exemplaren, het eerst een ander houder is geworden te goeder trouw en onder bezwarende titel.

Artikel 49

1. Hij, die het cognossement ondertekende of voor wie een ander dit ondertekende, wordt als vervoerder onder het cognossement beschouwd, tenzij die ander daarbij de grenzen zijner bevoegdheid overschreed. Tevens wordt als vervoerder onder het cognossement beschouwd hij, wiensformulier voor dit cognossement is gebezigd, tenzij hij bewijst, dat zulks zonder zijn toestemming is geschied. 2. Onverminderd het in het eerste lid bepaalde wordt, indien de kapitein binnen de grenzen van zijn bevoegdheid, of een ander bevoegdelijk namens deze, het cognossement ondertekende, die tijd- of reisbevrachter, die vervoerder is bij de laatste overeenkomst in de keten der exploitatie-overeenkomsten als bedoeld in afdeling 8.5.1, als vervoerder onder het cognossement beschouwd; indien het schip in rompbevrachting is uitgegeven wordt naast deze tijd- of reisbevrachter ook de rompbevrachter als vervoerder onder het cognossement beschouwd. Is het schip niet in rompbevrachting uitgegeven, dan wordt naast de hiergenoemde tijd- of reisbevrachter, in afwijking van artikel 8.5.1.1, ook de reder als vervoerder onder het cognossement beschouwd. 3. De vorige leden vinden geen toepassing, wanneer uit het cognossement voor de houder daarvan duidelijk kenbaar is, wie als vervoerder onder het cognossement moet worden beschouwd, en deze persoon niet bewijst, dat hij zonder zijn toestemming als zodanig in het cognossement is vermeld. Het tweede lid van dit artikel vindt bovendien geen toepassing, wanneer de houder van het cognossement op het tijdstip van de verkrijging daarvan wist, dat de kapitein niet bevoegd was voor de betrokken reder of bevrachter het cognossement te tekenen. 4. Nietig is ieder beding, waarbij van dit artikel wordt afgeweken.

Artikel 50

1. Is een vervrachter ingevolge artikel 8.5.2.49 tot meer gehouden dan waartoe hij uit hoofde van zijn bevrachting is verplicht of ontving hij minder