is toegevoegd aan uw favorieten.

Staatsblad van het Koningrijk der Nederlanden, 1979, no. 231-270, 01-01-1979

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3. In de gevallen, waarin de geredde zaken niet op grond van het vorige lid terstond ter beschikking van de kapitein of van de rechthebbende moeten worden gesteld, moeten zij, voor zover zij tijdens de redding zich in zee, dan wel aan of op de buitengronden of het vaste zeestrand bevinden, terstond ter beschikking worden gesteld van de strandvonder, binnen wiens ressort zij worden aangebracht.

Artikel 7

1. Iedere hulp aan in gevaar verkerende schepen, alsmede iedere hulp aan zich aan boord daarvan bevindende zaken geeft, indien de hulp met gunstig gevolg is verleend, recht op een billijk hulploon. 2. Geen hulploon is verschuldigd, wanneer de verleende hulp zonder gunstig gevolg blijft. 3. Hulp als omschreven in het eerste lid van dit artikel geeft recht op hulploon, ook al is de tot hulploon gerechtigde of hij, die gerechtigd is de vaststelling van het hulploon te vorderen, dezelfde persoon als hij die hulploon verschuldigd is.

Artikel 8

1. Iedere overeenkomst omtrent hulpverlening aangegaan tijdens en onder de invloed van het gevaar, kan op verlangen van een der partijen door de rechter worden vernietigd of gewijzigd, wanneer deze van oordeel is, dat de overeengekomen voorwaarden niet billijk zijn. 2. In ieder geval kan de overeenkomst op verlangen van een der partijen door de rechter worden vernietigd of gewijzigd, als bewezen is dat de toestemming van een der partijen is gegeven onder de invloed van bedrog of van verzwijging of dat tussen het loon en de bewezen diensten een ernstige wanverhouding bestaat. 3. Nietig is ieder beding, waarbij van dit artikel wordt afgeweken.

Artikel 9

1. Het bedrag van het hulploon wordt vastgesteld bij overeenkomst tussen partijen en bij gebreke daarvan door de rechter. 2. De rechter stelt het hulploon vast naar omstandigheden, tot grondslag nemende: a. in de eerste plaats de verkregen uitslag, de moeiten en de verdienste van hen, die de hulp hebben verleend, het gevaar, waarin hebben verkeerd het geholpen schip, zijn reizigers, zijn bemanning, zijn lading, de redders en het reddende schip, de gebruikte tijd, de gemaakte kosten en geleden schaden, alsmede het risico van aansprakelijkheid en andere risico's door de redders gelopen en de waarde van het door hen aan gevaar blootgestelde materiaal, daarbij in voorkomend geval rekening houdend met de bijzondere uitrusting van het reddende schip; b. in de tweede plaats de waarde der geredde goederen. 3. Het te betalen bedrag mag in geen geval de waarde der geredde goederen overtreffen. 4. Wanneer het hulploon mede strekt tot vergoeding van gemaakte kosten en geleden schade geeft de rechter aan welke gemaakte kosten en geleden schade dit betreft.

Artikel 10

1. Gerechtigd tot hulploon zijn die personen of groepen van personen, die hulp hebben verleend. 2. Indien de hulp is verleend door personen of groepen, die afhankelijk van elkaar handelen, is aan deze groepen of personen gezamenlijk slechts één bedrag als hulploon verschuldigd.